Categorie archief: Holos #3

Zelfverwerkelijkingsideaal kan ook ouderdom insluiten

Ouderen lijken uitgesloten van het postmoderne morele ideaal van zelfverwerkelijking. Daarin wegen noties als zelfsturing en -beschikking zwaar en die verdragen zich niet goed met het gangbare beeld van ouder worden. We hebben nieuwe, meer inspirerende culturele verhalen over ouderdom nodig, stelt filosofe Hanne Laceuille in haar proefschrift ‘Becoming who you are. Aging, selfrealization and cultural narratives about later life’. In de traditie van het denken over zelfverwerkelijking zijn genoeg bronnen te vinden om de eigen waarde van ouderdom in te sluiten.

Hanne Laceuille

Laceuilles onderneming doet een beetje denken aan die van haar collega-wetenschapper aan de Universiteit voor Humanistiek, Anja Machielse. Zoals Machielse het begrip ‘empowerment’ losweekt van zijn gangbare betekenis (‘vrij zijn om controle over je leven te hebben’) en er een kritisch vehikel van maakt (‘een proces waarin mensen zich niet langer vervreemd of machteloos voelen’), zo doet Laceuille dat met het begrip ‘zelfverwerkelijking’. ‘Het laatmoderne zelfverwerkelijkingdiscours kan worden herzien op zodanige wijze dat zelfverwerkelijking als bron kan dienen voor nieuwe, zingevende culturele narratieven, die in staat zijn zowel het potentieel voor groei en ontwikkeling als de inherente existentiële kwetsbaarheid van het latere leven te herkennen’.

Het taboe op leesbaarheid houdt binnen de academische filosofie ferm stand. Laceuilles werk is er niet minder belangrijk om.

Goed oud worden betekent in onze dagen zo lang mogelijk vitaal, fit en onafhankelijk blijven. De ouderdom moet getrotseerd worden, verval van krachten tegengegaan. Maar zulke culturele ‘verval-’ en ‘trotseerverhalen’, betoogt Laceuille, miskennen de waarde en mogelijkheden van het latere leven en bieden geen handvatten om op een zinvolle manier met kwetsbarheid om te gaan.

Zelfverwerkelijking is een klassiek moreel ideaal dat uitgaat van de gedachte dat we onszelf een leven lang ontwikkelen om ‘het beste uit onszelf’ te halen. Een veelbelovend perspectief, vindt Laceuille, om tegen de gangbare negatieve beeldvorming in de eigen waarde en potentie van de ouderdom naar voren te brengen. ‘Worden wie je bent’ stopt pas met de dood.

Via een kritische bespreking van concepten als autonomie, authenticiteit en deugd zet ze aan tot een nieuw – eigenlijk dus: oud begrip – van zelfverwerkelijking, dat ouderen van vandaag kan ondersteunen in hun zoeken naar een invulling van hun identiteit als oudere en ruimte biedt voor een zinvolle omgang met kwetsbaarheid.

Laten we ermee ophouden ouderdom gelijk te stellen aan verval. Laten we beseffen dat ouderdom eigen mogelijkheden heeft, dat de waarden van de jeugd (fitheid, productiviteit) niet de enige zijn die tellen. Mensen kunnen zich blijven ontwikkelen, ook als de kwetsbaarheid van het leven zich opdringt. Misschien wel juist dan.

Negatieve stereotyperingen over ouderdom hebben een negatief effect op het zelfrespect, de identiteit en de gezondheid van ouderen. Ze verhinderen bovendien dat we als samenleving profijt trekken van de potentie van ouderen. Omdat deze potentie, zegt Laceuille, domweg uit beeld verdwijnt.

Hanne Laceuille, Becoming who you are. Aging, selfrealization and cultural narratives about later life. Utrecht, 2016. Het proefschrift is als PDF op te vragen bij de Universiteit voor Humanistiek.

Deel HOLOS
Facebooktwittermail

Transmurale Zorgbrug vermindert sterfte

Een brug slaan tussen ziekenhuiszorg en eerstelijnszorg: dat is het doel van de Transmurale Zorgbrug, een zorgtraject dat al op meer plaatsen in ons land is geïmplementeerd. Oudere patiënten krijgen na ontslag uit het ziekenhuis nazorg door een wijkverpleegkundige. Het leidt tot beduidend minder sterfte, wijst onderzoek uit.

De Transmurale Zorgbrug telt drie stappen:

  1. Het geriatrieteam van het ziekenhuis doet een geriatrisch assessment en stelt een zorgbehandelplan op.
  2. De wijkverpleegkundige maakt in het ziekenhuis kennis met de patiënt.
  3. Binnen twee dagen na ontslag bezoekt de wijkverpleegkundige de patiënt thuis. Huisbezoeken worden vervolgens nog een paar keer herhaald. Het gaat daarbij vooral om medicatieveiligheid, hulpmiddelen, sociale kaart en mantelzorg.


In opdracht van ZonMw onderzochten de wetenschappers Sophia de Rooij en Bianca Buurman de effecten van de transmurale interventie. Die blijkt de sterfte 30 dagen na opname met 36% te verminderen. Zes maanden na opname is die reductie nog altijd 26%. Daar staat tegenover dat geen effect werd gevonden op algemene dagelijkse levensverrichtingen (ADL) en cognitief functioneren.

De effecten van het zorgtraject werden geëvalueerd in een gerandomiseerde klinische trial, waaraan 674 oudere patiënten deelnamen. De helft van hen kreeg de nazorg, terwijl de andere helft op de gebruikelijke manier uit het ziekenhuis werd ontslagen.

Alle betrokken patiënten ontvingen in het ziekenhuis integrale zorg van een geriatrisch consultatieteam volgens het DEFENCE-zorgmodel. Patiënten die voor de transmurale interventie werden gerandomiseerd ontvingen zorg volgens de Transmurale Zorgbrug. Patiënten die daarvoor niet werden gerandomiseerd kregen na ontslag uit het ziekenhuis de huidige standaard zorg.

De door het ziekenhuis geleverde zorg was voor beide groepen gelijk: alle ouderen die acuut werden opgenomen werden gescreend met de ISAR-HP. Bij verhoogd risico op functieverlies werd een comprehensive geriatric assessment gedaan, waarbij de geriatrische problematiek in kaart werd gebracht. Samen met de oudere werd een zorgbehandelplan gemaakt volgens zijn of haar prioriteiten.

Tijdens ziekenhuisopname was het geriatrieteam betrokken bij de zorg. In de controlegroep werden patiënten regulier ontslagen: zo nodig werd thuiszorg geregeld en kregen de mensen een poliklinische afspraak.

De ouderen in de interventiegroep kregen in totaal zes bezoeken van een wijkverpleegkundige: twee dagen na ontslag en vervolgens twee, zes, twaalf en 24 weken na ontslag.

B.M. Buurman et al, Comprehensive Geriatric Assessment and Transitional Care in Acutely Hospitalized Patients: The Transitional Care Bridge Randomized Clinical Trial, AMA Intern Med 2016 Mar;176(3):302-9. DOI: 10.1001/jamainternmed.2015.8042.

Bijeenkomsten

De leergemeenschap Transmurale Zorg organiseert regelmatig bijeenkomsten. Iedereen die in zijn of haar regio het transmurale zorgtraject wil implementeren is welkom. Om ook echt aan de slag te kunnen is het van belang om met een team te komen. Teams kunnen bestaan uit medewerkers van het ziekenhuis en de thuiszorg, transferverpleegkundigen, huisartsen. De samenstelling van zo’n team verschilt per regio.
Informatie: info@beteroud.nl.

Deel HOLOS
Facebooktwittermail

Continue zorg voorkomt ziekenhuisopnames

Over de hele wereld hebben zorgstelsels te maken met een toename van het aantal onvoorziene ziekenhuisopnames. Ze zijn vaak niet in het belang van de patiënt en drijven de zorgkosten op. Dus is het terugdringen ervan een prioriteit. Daarbij ligt de focus al langer op het verbeteren van de toegankelijkheid van de eerstelijnszorg (denk aan huisartsenposten). Van minder opnames is echter nauwelijks sprake en onderzoek suggereert onbedoelde neveneffecten als het gaat om de continuïteit van de zorg.

Hoewel tijdige toegang natuurlijk belangrijk is, blijkt continuïteit van de zorg voor patiënten, zeker chronische patiënten, van grote waarde. Daarbij spelen verschillende zaken een rol, zoals consistentie van de zorg door een zorgverlener door de tijd heen, de kwaliteit van de interpersoonlijke relaties tussen zorgprofessionals en patiënten en de beschikbaarheid van informatie over de patiënt.

Huisartsen beschouwen continuïteit van zorg vaak als een kernwaarde van hun vak, terwijl veel patiënten een eigen dokter die hun zorg coördineert en integreert op prijs stellen. Er zijn echter aanwijzingen dat minder continue zorg wordt geboden. Artsen maken zich zorgen over hun vermogen gecoördineerde zorg te leveren voor het groeiende aantal oudere chronische patiënten.

Het tackelen van de problemen vraagt inzet en middelen, terwijl er ook andere verbeterpunten in de zorg zijn. Prioritering is lastig, omdat het verband tussen continuïteit van zorg en onvoorziene ziekenhuisopnames maar weinig onderzocht is. Er bestaat zelfs niet één studie naar het relatieve voordeel van continuïteit van zorg voor diverse patiëntengroepen.

Gebrek aan robuust bewijs zette Brits onderzoekers ertoe aan te achterhalen of continuïteit van zorg in de huisartsenpraktijk in verband is te brengen met ziekenhuisopnames van ouderen wegens klachten die zich voor ambulante zorg lenen. Hun onderzoek omvatte de data van 200 huisartsen en zo’n 230.000 patiënten in de leeftijd van 62 tot 82 jaar die in een periode van bijna twee jaar (april 2011 – maart 2013) minstens tweemaal contact hadden met een huisarts.

Continuïteit van zorg werd zoals gebruikelijk gedefinieerd als het aandeel van de contacten in de gegeven periode met de vaakst geziene, eigen arts. Opmerkelijk is dat, volgens deze index, de continuïteit van de zorg geringer was in grotere praktijken. Hoewel het idee is dat die in een aantal opzichten meer kwaliteit kunnen leveren, is de patiënttevredenheid er over een aantal aspecten van de zorg minder. Daaronder continuïteit.

De onderzoekers vonden wat ze vermoedden. Continuïteit van zorg leidt tot minder ziekenhuisopname voor kwalen die ambulante zorg rechtvaardigen. Het significantst was het verband bij ‘grootgebruikers’ van eerstelijnszorg. Zij werden ook vaker in het ziekenhuis opgenomen voor kwalen die in de eerste lijn goed behandeld zouden kunnen worden.

De onderzoekers concluderen dat strategieën om de continuïteit van de zorg in de huisartsenpraktijk te verbeteren de zorgkosten kunnen beteugelen.

Isaac Barker et al, Association between continuity of care in general practice and hospital admissions for ambulatory care sensitive conditions: cross sectional study of routinely collected, person level data. BMJ 2017; 356: j84/DOI: 101136/bmj.j84

Deel HOLOS
Facebooktwittermail

Op ‘gut feeling’ overleven handelaren in The City

Dat het doen en laten van huisartsen niet altijd te herleiden is tot rationele keuzes, bleek uit het onderzoeksrapport ‘Ongeregeld goed’. Uit onvrede over de manier waarop in de zaak-Tuitjenhorn vooral naar formele posities, verantwoordelijkheden, richtlijnen en protocollen was gekeken namen de onderzoekers Guus Timmerman en Andries Baart vergelijkbare casussen onder de loep. Ze zagen artsen die natuurlijk hun medische competenties inzetten, maar soms ook tastend, hun gut feeling volgend, de beste weg zochten. (Zie Holos #2 en kader hieronder.)

Maar wat is ‘gut feeling’ eigenlijk? Bekend is dat mensen met een grotere sensitiviteit voor lichaamssignalen als hartritme beter presteren in laboratoriumproeven waarin riskante beslissingen genomen moeten worden. Veldonderzoek naar de mate waarin zulke sensitiviteit bijdraagt tot succes in de echte wereld is echter zeldzaam.

London trading floor

Een groep Britse wetenschappers ging na hoe het zit met de gewaarwording van de eigen hartslag onder beurshandelaren in Londen, vergeleken met doorsnee burgers. De handelaren waren significant beter in het waarnemen van hun hartslag. En bovendien: het zogenoemde interceptief vermogen van de handelaren bleek een goede voorspeller van hun relatieve succes en hun overleven in The City.

N. Kandasamy et al, Interoceptive Ability Predicts Survival on a London Trading Floor, Scientific Reports (6:32986) DOI: 10.1038/srep32986.


Video masterclass Baart

Andries Baart

In het staartje van het voorbije jaar organiseerde Stichting Critical Ethics of Care een masterclass met als titel: ‘Verstandigheid gaat boven gehoorzaamheid – Dat kunnen we uitleggen!’ .
In deze masterclass doet Andries Baart verslag van het onderzoek dat hij samen met Guus Timmerman deed naar het werk van huisartsen rondom het sterfbed van patiënten; een moment bij uitstek waarop de afwegingen en het handelen van de professional op scherp staan.

Bekijk de videoregistratie van Baarts masterclass: https://vimeo.com/195755530/cee5540fd7.

Deel HOLOS
Facebooktwittermail