Categorie archief: Holos #2.1

Vernieuwde versies toolkit ACP en ‘Praten over levenseinde’

Advance care planning (ACP) is een proces waarbij de patiënt met zijn behandelend arts zijn wensen, doelen en voorkeuren voor zorg rond het levenseinde bespreekt en eventueel vastlegt, vooruitlopend op het moment dat de patiënt zelf niet meer in staat is beslissingen te nemen.

Laego (landelijke adviesgroep eerstelijns geneeskunde voor ouderen) ontwikkelde een toolkit (richtlijn) om ACP in de huisartsenpraktijk of regionaal vorm te geven. Onlangs verscheen daarvan een herziene versie.

In de bijlages: formulieren die de huisarts kan gebruiken of die als voorbeeld kunnen dienen voor het structureren van de zorg rond het levenseinde.

Ook vernieuwd: de KNMG-handreiking ‘Praten over het levenseinde’ voor artsen en patiënten. De publicaties helpen om op gestructureerde wijze en met behulp van duidelijke vragen dit gesprek te voeren. Voor notarissen is een aansluitende handreiking ontwikkeld, omdat zij steeds meer vragen krijgen over het vastleggen van medische wensen in het levenstestament.

De belangrijkste wijzigingen in deze vernieuwde versies zijn de voorbeelden van een schriftelijke wilsverklaring en een schriftelijk euthanasieverzoek, met daarbij de uitleg over de (eventuele) rol van een notaris. Van de publicatie is een artsen- en een publieksversie beschikbaar in de vorm van een e-book en een pdf. De e-books bevatten concrete bespreekpunten voor het gesprek, maar ook ervaringsverhalen van artsen en patiënten en tips.

De Patiëntenfederatie ontwikkelde het filmpje ‘Praat op tijd over uw levenseinde’ voor in de wachtkamer. Het filmpje is te downloaden op de website van de Patiëntenfederatie.

Deel HOLOS
Facebooktwittermail

Tool om integraal werken in de wijk te verbeteren

Goede integrale samenwerking is van groot belang voor het bieden van goede zorg en ondersteuning in de wijk. Maar hoe krijg je het voor elkaar? Samen met Movisie/BeterOud ontwikkelde de Erasmus Universiteit Rotterdam een analysetool ‘Wijkgericht Integraal Werken’. Lokale teams doen er goed aan in de drukte van alledag eens pas op de plaats te maken om te kijken hoe het er met integraal werken voorstaat. En daartoe dwingt de tool.

Het idee om zo’n instrument te ontwikkelen vloeit voort uit promotieonderzoek van Hanna van Dijk (EUR) naar het project Even Buurten. Daarin kijken ‘buurt’ en professionals samen met kwetsbare ouderen naar waar die ouderen behoefte aan hebben. De buurt biedt vervolgens passende ondersteuning. Verschillende deelgemeenten in Rotterdam werken met Even Buurten.

Van Dijk ontdekte dat in de praktijk integrale zorg en ondersteuning vaak ondanks in plaats van dankzij de gegeven beleidscontext wordt geboden. Taken als outreached werken en investeren in buurtnetwerken schieten er daardoor bij in.

Met de analysetool krijgen lokale teams een instrument dat inzichtelijk maakt wat goed gaat en wat beter kan op het gebied van integraal werken in de wijk. De tool is gebaseerd op een model dat zes schillen kent: beleid, organisatie, professionals. Buurt, diensten en hulpvrager. Daarnaast worden twee soorten randvoorwaarden onderscheiden: functionele zoals ICT-voorzieningen en geschikte werkplekken, en culturele zoals een gedeelde visie. Bij elke schil wordt teamleden een aantal stellingen voorgelegd die lacunes in het integraal werken boven water halen.

De tool is in verschillende wijkteams (in Elburg, Bergen op Zoom, Ritterdam en Breda) getest. Dat leverde een verfijning op en maakt dat de tool in verschillende gemeenten goed te gebruiken is.

Mail of bel voor informatie Hanna van Dijk, tel. 010-4089577.

Meer informatie over Even Buurten.

Deel HOLOS
Facebooktwittermail

Neutrale NR-penning

Sinds juni kan wie die dat wil een niet-reanimeerpenning aanschaffen via de Patiëntenfederatie Nederland. Uitgifte van een neutrale niet-reanimeerpenning door een betrouwbaar instituut was al langer de wens van Verenso, beroepsvereniging van specialisten ouderengeneeskunde, het Nederlands Huisartsen Genootschap en Verpleegkundigen & Verzorgenden Nederland.

In 2013 publiceerden de drie organisaties de richtlijn ‘Anticiperende besluitvorming over reanimatie bij kwetsbare ouderen’. Vervolgens hebben Verenso, NHG, LAEGO, de Nederlandse Reanimatieraad, NVVE, KNMG, NPV en verschillende andere ouderen- en patiëntenorganisaties gesprekken gevoerd met het ministerie van VWS.

Voor de richtlijn uit 2013 werd de destijds beschikbare wetenschappelijke literatuur geanalyseerd. Het uitgangspunt dat de arts bij gezamenlijke besluitvorming over reanimatie rekening moet houden met de zorgdoelen en gezondheidssituatie van de bijzondere patiënt geldt nog steeds. Artsen en verpleegkundig specialisten moeten bovendien evidence-based informatie en aanwezige prognostische factoren in de besluitvorming betrekken. Aan de richtlijn is daarvoor in een addendum informatie uit een recent Nederlands onderzoek toegevoegd.

Meer informatie over de NR-penning op de website van de Patiëntenfederatie Nederland. De richtlijn en het addendum zijn te vinden op de websites van Verenso, NHG en V&VN.

Deel HOLOS
Facebooktwittermail

Waar stopt vrijwilligerswerk?

Waar stopt vrijwilligerswerk en begint professionele hulpverlening? Nieuwsuur wijdde op 21 augustus een reportage over Humanitas, een van de grootste vrijwilligersorganisaties. Humanitas signaleert dat vrijwilligers steeds vaker te maken krijgen met ingewikkelde problemen waar professionele hulpverlening voor nodig is.

Gemist? Bekijk de reportage alsnog.

 

Deel HOLOS
Facebooktwittermail

Thuisarts.nl in nieuwe jas

Website Thuisarts.nl van het NHG is vernieuwd. Het NHG denkt daarmee de 1,7 miljoen bezoekers die de site maandelijks trekt nog beter te bedienen. Eén van de vernieuwingen is dat de website optimaal mee schaalt met elk apparaat, of het nu om een desktop, laptop, tablet of smartphone gaat.

Bij de vernieuwing van de site is goed gekeken naar het huidige gebruik. De meeste bezoekers van Thuisarts.nl blijken rechtstreeks op de inhoudspagina terecht te komen. In het nieuwe ontwerp zijn de voorlichtingsfilms over een probleem of aandoening beter vindbaar. Bovendien is het navigeren makkelijker en overzichtelijker.

Deel HOLOS
Facebooktwittermail

Poeder van Drion? Maak het niet te makkelijk

OPINIE

Zesentwintig jaar nadat jurist Huib Drion zijn spraakmakende pleidooi hield voor de beschikbaarheid van een dodelijke pil voor ouderen die der dagen zat zijn, is het zover. Geen pil maar een poeder, vrij in de handel. Wordt lid van de Coöperatie Laatste Wil en je krijgt, jong of oud, na een half jaartje te horen om welk spul het gaat. Dat de naam ervan al meteen op redacties rondzong kan de Coöperatie niet hebben verbaasd. Het illustreert eerder de nonchalante drammerigheid van deze stoottroep van het zelfbeschikkingsleger.

Een ernstiger blijk daarvan is dat de claim van een snelle en pijnloze dood niet klopt. Volgens toxicologen heeft het middel, waar het afgaande op de informatie die de Coöperatie zelf naar buiten bracht om draait, ernstige bijwerkingen: hoofdpijn, misselijkheid, duizeligheid, spierzwakte en kans op een epileptisch insult.

Intussen presenteert de Coöperatie haar vondst als een overwinning van verlicht Nederland. De politiek heeft het nakijken; de mondige burger trekt aan het langste eind. Moordland, toch?

Vrije beschikbaarheid van een euthanaticum lost zeker twee problemen op. Wie dood wil hoeft niet op examen en artsen worden bevrijd uit de dubbelrol van behoeder en beëindiger van leven. Maar veel zwaarder wegen de risico’s. Onbedoeld gebruik is het meest voor de hand liggende. Hoe voorkom je dat wilsonbekwame mensen, met name psychotische patiënten, naar het goedje gaan grijpen? Of behandelbare depressieve mensen? Of kwaadwilligen? ‘Een touw is toch ook vrij verkrijgbaar’, reageerde de Coöperatie.

Geen fluwelen taal over ‘een waardige dood in eigen hand’: een chemisch wurgkoord, dat is wat hier geboden wordt. En dat is precies wat de idee van een ‘autonome route’ naar het gekozen levenseinde compromitteert. Het verbaast dan ook niet dat een pleitbezorger van deze exit-optie, psychiater Boudewijn Chabot, de kat de bel heeft aangebonden. Chabot kwam met het begrip ‘zelfeuthanasie’ om het verschil aan te geven tussen de eenzame wanhoopsdaad van de zelfmoordenaar en de weloverwogen, duurzame, in gesprek met naasten gevormde stervenswens van mensen die onder de euthanasiewet niet geholpen kunnen worden.

Zelfeuthanasie komt in Nederland regelmatig voor. Het gaat vooral om twee methoden. Ophouden met eten en drinken (versterven) is er één van. Clubs als de Coöperatie Laatste Wil roepen daar graag het schrikbeeld van een lijdensweg over op. In de medische praktijk heeft dat evenwel nauwelijks grond. Hoe laconiek klinkt daarmee vergeleken de reactie van de Coöperatie op de gemelde bijwerkingen van haar ‘poeder van Drion’: eerst maar een hoofdpijn- en slaapmiddeltje slikken.

Steeds populairder als autonome route is naast versterving de ‘medicijnmethode’. Sprokkelen van pillen, bekend van de zaak-Heringa, hoeft niet meer. Stichting De Einder wijst de weg naar buitenlandse adresjes voor een betrouwbaar middel – hetzelfde barbituraat dat artsen voor euthanasie gebruiken. En wie de weg weet op internet heeft zelfs die stichting niet nodig. Googel The Peaceful Pill Handbook: adressen, recensies, wat je maar wil. In de laatste editie wordt het middel dat nu in het nieuws is besproken.

Legt wie tegen vrije beschikbaarheid van een euthanaticum is en tegelijk de illegale import van zo’n middel accepteert zichzelf in een morele knoop? Niet per se. Nederland heeft de trotse traditie van het gedogen, het door de vingers zien als derde weg tussen toestaan en verbieden. Die gedoogzone in de euthanasiepraktijk is met het opschuiven van het publieke gevoelen over het vrijwillige levenseinde almaar breder geworden. Als Heringa toen hij zijn hoogbejaarde stiefmoeder geholpen had bij haar zelfdoding geen optreden van het OM had uitgelokt was het daar niet van gekomen. Ook het over de grens brengen van verboden drugs voor zelfdoding valt binnen die gedoogzone.

Maar het illegale karakter drukt wel een norm uit: laten we als samenleving zuinig omspringen met mensenlevens. Die norm verdwijnt helemaal uit het zicht als een euthanaticum grondslag wordt van een verdienmodel (eerst lid worden van onze vereniging, dan je spul) en het je straks niet méér moeite kost om aan een dodelijk middel te komen dan aan een aspirientje.

Chabot heeft het in zijn laatste publicatie over ‘de dood als verleider’. Je kunt hem de pas afsnijden met goede, liefdevolle zorg of je kan de rode loper voor hem uitrollen. Respecteer de gekozen dood maar maak de weg erheen niet te makkelijk. (BU)

Dit artikel verscheen eerder in Trouw (.. september).

Wat vindt u? Plaats hieronder uw reactie.

 

 

Deel HOLOS
Facebooktwittermail

Beeld van verpleeghuis behoeft bijstelling

LEESTIP

Op het voorjaarscongres van Verenso, beroepsvereniging van specialisten ouderengeneeskunde, werd het boek al aangekondigd. Dezer dagen verschijnt het: Daarin zestig portretten en verhalen van verpleeghuisbewoners en hun artsen.

De auteurs, Freya Angenent en Lauke Bisschops, allebei specialisten ouderengeneeskunde i.o., willen het negatieve beeld van het verpleeghuis corrigeren of minstens nuanceren. Organisatie en uitvoering van de verpleeghuiszorg kunnen ongetwijfeld beter, maar intussen scoort deze zorg onder de rond 50.000 verpleeghuisbewoners in ons land voor tevredenheid een 7 tot 8. Door bewoners van verpleeghuizen een stem en een gezicht te geven hopen Angenent en Bisschops de negatieve beeldvorming bij te stellen.

De geïnterviewden krijgen onder andere deze vragen voorgelegd: ‘Hoe lukt het u om, binnen de omstandigheden, het beste uit uw leven te halen?’ En: ‘Welke tips heeft u voor anderen die op de drempel van het verpleeghuis staan?’ De auteurs vertellen bovendien wat er in hun visie aan de langdurige verpleeghuiszorg verbeterd zou kunnen worden.

Het verpleeghuis is het einde! wordt 9 oktober gepresenteerd tijdens het Landelijk Congres Cliëntenraden. Ook is voor verpleeghuizen een reizende tentoonstelling beschikbaar.

Meer informatie op de website Het verpleeghuis is het einde.

Deel HOLOS
Facebooktwittermail

Agenda

Festival of Older People

Hoe zou een maatschappij er uit zien waarin het onderscheid tussen oud en jong niet bestaat? Op deze vraag reflecteert een keur aan sprekers uit diverse disciplines tijdens het Festival of Older People, 17 en 18 oktober in Utrecht. Congres en kleinkunst festival in één. Sprekers, werkwinkels, muziek, theater, ducumentaire film en poëzie. Met onder anderen: Hedy d’Ancona, René ten Bos, Boris van der Ham, Freek de Jonge en Anja Machielse.

Voor programma en inschrijving: Festival of Older People. : www.festivalofolderpeople.nl.

 

Conferentie over vallen, kwetsbaarheid en fracturen

In Dublin wordt op 9 en 10 november de eerste Europese conferentie over ‘vallen, kwetsbaarheid en fracturen’ (Falls, Frailty & Fractures) gehouden. Doel is volgens de organisatoren om vanuit een holistische benadering wetenschappers, zorgprofessionals en dienstverleners op het gebied van valpreventie, kwetsbaarheid, fracturen, osteoporose, sarcopenie en voeding bijeen te brengen om te komen tot betere strategieën voor oudere patiënten.

Voor programma en inschrijving: FFBH 2017.

 

Deel HOLOS
Facebooktwittermail

Boudewijn Chabot ziet euthanasiewet ontsporen

Als ‘boodschapper van slecht nieuws’ presenteert psychiater Boudewijn Chabot zich in zijn nieuwste publicatie, een bundeling van eerder verschenen en nieuwe stukken: De weg kwijt. De zorgelijke staat van de euthanasiewet. Dat slechte nieuws is dat ‘de toetsingscommissie euthanasie bij de toepassing van de wet op patiënten die aan dementie of een chronische psychiatrische ziekte lijden, haar legitimiteit zal verliezen als zij bij de beoordeling van euthanasie aan deze kwetsbare burgers de komende jaren het roer niet omgooit’. En, waarschuwt hij in het afsluitende stuk, dat verlies van legitimiteit zal, gezien de vervlechting van de toetsingscommissie met toezicht op de uitvoering van de euthanasiewet, als een boemerang terugslaan op de wet zelf.

Volgens de overwegende mening onder leden van de RTE’s waarborgt het huidige toetsingssysteem dat de euthanasiepraktijk zich blijft bewegen binnen de wet. Chabot bestrijdt dat. Bij alle tevredenheid over de euthanasiewet wordt een oude voorstelling over het hoofd gezien, schrijft hij: de dood als verleider. ‘In de samenleving bestaat onder het oppervlak een reservoir aan doodsverlangens.’

Van de funderende pijlers onder de euthanasiewet is er in Chabots ogen maar één echt overgebleven: het vrijwillige en weloverwogen verzoek. De andere wettelijke eisen stutten alleen nog maar wat. ‘Op die ene pijler staat de wet niet stabiel maar helt over ten gunste van de sterken en doet patiënten – én familieleden – tekort die betere zorg en hoopgevende behandeling als levensbehoeften hebben. Als dementerende en psychiatrische patiënten dat niet krijgen en in de media lezen dat ook zij verlost mogen worden van hun geworstel met het leven, bestoken ze dokters met doodswensen en wilsverklaringen. Artsen kunnen de stroom niet aan en verwijzen naar de levenseindekliniek. Van haar kant probeert de kliniek de stroom terug te duwen naar huisartsen, psychiaters en specialisten ouderengeneeskunde.’

Of het huidige toetsingssysteem houdbaar is in principiële zin kan al betwijfeld worden (en Chabot doet dat dus), of het houdbaar is in praktische zin is nog een heel andere kwestie. Blijft de euthanasiepraktijk groeien dan zal, zo voorzagen onderzoekers van de wet, de werkdruk zo groot worden dat een melding afgedaan zal moeten worden met een ‘standaardbrief’ of een andere arbeidsbesparende maatregel zal nodig zijn. Maar, stelt Chabot, dan verandert de wettelijk voorgeschreven toetsing en zal de euthanasiewet dus moeten worden aangepast.

Boudewijn Chabot, De weg kwijt. De zorgelijke staat van de euthanasiewet. Uitg. Nijgh & Van Ditmar, Amsterdam.

Deel HOLOS
Facebooktwittermail

Gemeenschapsopbouw in seniorencomplex lastig maar mogelijk

Twijfel aan eigen kunnen, slechte onderlinge verhoudingen of conflicten, fysieke belemmeringen, mobiliteitsproblemen en gebrek aan ervaring staan gemeenschapsopbouw in ouderencomplexen in de weg. Dat blijkt uit onderzoek van de Universiteit voor Humanistiek naar het experiment ‘Vitale woongemeenschappen’.

Om de kostenontwikkeling in de zorg te beteugelen en de kwaliteit van leven te verbeteren streven beleidsmakers er naar om ouderen langer zelfstandig te laten wonen. Veel ouderen willen dat ook. Woningcorporaties concentreren zich daarbij op fysieke aspecten van het wonen. Voor ouderen zelf zijn sociale aspecten van de leef- en woonomgeving zeker zo belangrijk.

Behoefte aan sociale contacten is vaak de reden om in een wooncomplex te gaan wonen. Deel uitmaken van een vitaal netwerk vergroot de zelfredzaamheid en draagt bij aan de kwaliteit van leven. Met het experiment ‘Vitale woongemeenschappen’ hebben Platform31 en Aedes-Actiz Kennis-centrum Wonen-Zorg samen geprobeerd om tien woongemeenschappen voor ouderen ‘bruisend’ te maken.

Dat stuit in de praktijk op de nodige hindernissen. Bewoners blijken gemeenschapsopbouw niet zelfstandig op zich te kunnen nemen. Ook is het leefklimaat in de tien onderzochte complexen in de looptijd van het experiment niet verbeterd. Als oorzaak hiervan wijzen de onderzoekers het bepekte ‘denk- en doevermogen’ van veel bewoners aan.

Dit vloeit volgens de onderzoekers voort uit slechte onderlinge verhoudingen. Ook leeft er binnen de vaste bewonerscommissies de nodige wrevel en argwaan over de experimentele activiteiten in het kader van ‘Vitale woongemeenschappen’. Bewoners hebben te weinig vaardigheden op het gebied van groepsdynamiek. Bovendien kampen veel bewoners met fysieke belemmeringen, mobiliteitsproblemen of gebrek aan ervaring. Ten slotte is er onduidelijkheid over wat de professionals wel of niet doen.

Toch zijn er volgens de onderzoekers wel degelijk aanknopingspunten voor het vitaliseren van woongemeenschappen. Zo blijken bewoners wel degelijk te porren om zich in te zetten voor gemeenschappelijke activiteiten, zolang die maar kleinschalig zijn en aansluiten op eigen interesses en voorkeuren. In alle deelnemende complexen ontstonden op deze manier nieuwe activiteiten en contacten. De onderzoekers adviseren dan ook om wooncomplexen op te vatten als en verzameling kleinere gemeenschappen die elkaar raken en het idee los te laten van één gemeenschap die centraal vanuit bewonerscommissies wordt bediend. Ook is er professionele ondersteuning om gemeenschapsopbouw op gang te brengen, te begeleiden en duurzaam te maken. De onderzoekers kijken daarbij in de eerste plaats naar de corporaties. Belangrijk is wel dat corporatie en bewoners een gedeelde visie hebben op het veranderingsproces en op een constructieve manier samenwerken.

Het onderzoeksrapport is te downloaden.

Deel HOLOS
Facebooktwittermail