Terughoudendheid met antibiotica bij UWI kan ouderen schaden

Urineweginfectie (UWI) is de meest voorkomende bacteriële infectie onder ouderen. De ernst varieert van een milde aandoening tot levensbedreigend sepsis. Urineweginfectie op hoge leeftijd komt bij beide seksen voor; tweemaal zo vaak bij vrouwen, maar bij mannen is de infectie in meer gevallen ernstig.

De diagnose kan bij ouderen problematisch zijn, aangezien zij in vergelijking met jongere patiënten minder vaak een typische klinische geschiedenis en lokale symptomen laten zien. Ook de toenemende incidentie van niet-symptomatische bacteriurie onder ouderen draagt bij tot dit probleem, met als mogelijk gevolg overdiagnose en onnodige behandeling.

UWI is de op een na belangrijkste diagnose waarvoor zowel in de eerste als de tweede lijn empirische antibiotica worden voorgeschreven. De helft daarvan bij verdenking van een UWI wordt als onnodig gezien. Nu antibioticaresistentie toeneemt en steeds meer een bedreiging voor de volksgezondheid vormt, zijn in veel landen richtlijnen en programma’s opgesteld om toepassing te beperken.

Omdat bij gevolg het gebruik van antibiotica verandert, is het belangrijker dan ooit behandeling en beloop van UWI’s nader te onderzoeken. Clostridium difficile bij ouderen is nog een reden geweest voor terughoudendheid bij het voorschrijven van antibiotica in deze groep. Verminderd gebruik van antibiotica kan echter schadelijk zijn voor kwetsbare ouderen die eerder UWI-gerelateerde complicaties en bloedbaaninfectie ontwikkelen. In het VK is al sprake van een toename van Escherichia coli bloedbaaninfecties. Er is meer kennis nodig over de initiële behandeling van UWI in de eerstelijnszorg, in ‘t bijzonder met betrekking tot de effecten van voorschrijfbeleid: geen of uitgesteld gebruik van antibiotica versus direct gebruik, en de klinische uitkomsten daarvan.

Een Britse studie evalueert het verband tussen behandeling met antibiotica voor UWI en ernstige ongunstige uitkomsten bij ouderen in de eerstelijnszorg. Het gaat om een retrospectieve cohortstudie onder de algemene bevolking, waarbij data uit de eerstelijnszorg werden gelinkt aan ziekenhuisopnames en mortaliteit op patiëntniveau. Zo kon op pragmatische wijze de impact worden onderzocht van zorg voor een grote groep oudere patiënten met een UWI of verdacht van een UWI op ongunstige uitkomsten als ziekenhuisopname, bloedbaaninfectie en overlijden. Het onderzoek omvatte de jaren 2007-2015. Geïncludeerd waren 157.264 65-plussers bij wie door de huisarts minstens eenmaal de diagnose UWI was gesteld of die hij/zij van een UWI had verdacht.

Patiënten die geen antibioticum kregen voorgeschreven en patiënten die pas bij een tweede huisartsbezoek (binnen een week na het eerste consult) een antibioticumrecept meekregen maakten significant vaker een bloedbaaninfectie door dan patiënten aan wie meteen bij eerste consult een antibioticum werd voorgeschreven. Het aantal ziekenhuisopnames was in geval van geen of uitgestelde antibioticumkuur twee keer zo groot als in geval van direct voorgeschreven antibiotica. Ook hadden patiënten die geen of pas bij tweede consult antibiotica voorgeschreven kregen een significant hoger overlijdensrisico.

De onderzoekers pleiten er dan ook voor dat ouderen in de eerstelijnszorg vroegtijdig antibiotica voor UWI voorgeschreven krijgen.

 Myriam Gharbi et al, Antibiotic management of urinary tract infection in elderly patients in primary care and its association with bloodstream infections and all cause mortality: population based cohort study.

BMJ 2019; 364 doi: https://doi.org/10.1136/bmj.l525.