Sarcopenie in het vizier van onderzoekers

In onze vergrijzende samenleving is sarcopenie een veelvoorkomende aandoening. De term, afgeleid uit de Griekse woorden ’sarx’ (vlees) en ‘penia’ (behoeftigheid), is in 1988 geïntroduceerd om de afname van spiermassa op hogere leeftijd aan te duiden. Het is inmiddels een van de meest besproken thema’s onder gezondheidswetenschappers, zowel in Europa, de VS als Azië.

Uit studies weten we dat spiermassa tot het 30ste levensjaar wordt opgebouwd en na een plateaufase met het klimmen van de jaren afneemt, naar schatting na het 50ste levensjaar met 1 à 2 procent per jaar. De spierkracht kent een vergelijkbaar beloop. De spierkracht van een 80-jarige is ongeveer de helft van die van een jongere. Ziekte en immobiliteit kunnen dit proces bevorderen.

De klinische relevantie van sarcopenie betreft niet alleen het fysieke functioneren door het genereren van kracht. Behalve krachtleverancier is spierweefsel ook als intern orgaan betrokken bij eiwitopslag, glucoseregulatie, hormoonhuishouding en cellulaire communicatie. Sarcopenie houdt verband met een hogere sterfte, afhankelijkheid in dagelijks functioneren, toxiciteit van chemotherapie en een verslechterde regulatie van de glucoseconcentratie.

Hoewel het wetenschappelijk bewijs voor de negatieve invloed van sarcopenie de afgelopen tien jaar enorm is gegroeid, bestaat er nog geen wereldwijd aanvaarde definitie. De diagnose sarcopenie is in de klinische praktijk nog weinig gebruikelijk en er wordt een verscheidenheid aan criteria voor gehanteerd. Afhankelijk van de gebruikte definitie wordt prevalentie tot meer dan de helft van het aantal ouderen gerapporteerd.

Omdat de afname van spiermassa een geleidelijk proces is, blijft het vaak onopgemerkt als het lichaamsgewicht gelijk blijft of toeneemt. Het verlies van spiermassa wordt dan opgevuld door vet en bindweefsel in en rond de spieren. De BMI is daarom geen betrouwbare maat voor de hoeveelheid spiermassa. Die kan in de klinische praktijk wel eenvoudig worden gemeten met ‘dual-energy X-ray-absorptiometrie (DEXA) of bio-impedantie (BIA). Voor een weergave van de spierkracht kan een handknijpkrachtmeter worden gebruikt.

Een geheel aan het onderwerp gewijde editie van Journal of Gerontology and Geriatrics, het orgaan van de Italiaanse maatschappij voor gerontologie en geriatrie, onderstreept het toegenomen besef van de impact van sarcopenie. Belangrijkste doel van de redactie is wetenschappelijke kennis te vertalen naar de klinische praktijk. De gebundelde artikelen bestrijken het hele terrein van definitie tot diagnose, van risicofactoren tot prevalentie en incidentie, en geven bovendien een samenvatting van de belangrijkste wetenschappelijke bevindingen met betrekking tot preventie en behandeling.

Zo gaat een artikel van Boetto et al in op het ernstige probleem dat sarcopenie vormt onder patiënten in verpleeghuizen. Wetenschappelijke kennis in deze context is schaars. In hun bijdrage bieden D’Angelo en collega’s een gedetailleerd overzicht van studies naar de effectiviteit van lichamelijke oefening bij het voorkomen en behandelen van sarcopenie, terwijl Serafini en collega’s ingaan op de betekenis van goede voeding.

Sarcopenie draagt bij aan een reeks van gezondheidsklachten. Dat inzicht heeft de stoot gegeven tot diepgravend onderzoek in een poging de veelzijdige pathofysiologie ervan te ontrafelen en effectieve therapieën te ontwikkelen. Zo heeft recent onderzoek aangetoond dat proteïnen, essentiële aminozuren, leucine, HMB en vitamine D een rol spelen in het metabolisme van skeletspierenen en waardevolle supplementen zijn. Dat is het goede nieuws. (B.U.)

Journal of Gerontology and Geriatrics, issue 1/2019.