Euthanasie bij dementie: huisartsen willen meer ondersteuning

Veel huisartsen hebben het moeilijk met euthanasie. Des te moeilijker als het gaat om euthanasieverzoeken van patiënten met dementie. Behalve emotionele belasting ervaren ze onzekerheid: hoe symptomen te duiden en wet- en regelgeving te interpreteren? Eén op de drie is door de discussie in de media sowieso terughoudender geworden als het gaat om het verlenen van euthanasie. Een wat kleiner percentage is nu meer dan vroeger beducht voor legale moeilijkheden.

Een en ander komt naar voren uit een enquête van de Nijmeegse Radboud universiteit onder 900 huisartsen, gespreid over het land. De relatief grote respons – zo’n 40 procent van de geadresseerden vulde de omvangrijke vragenlijst in – laat al zien hoezeer het onderwerp binnen de beroepsgroep leeft. Veel huisartsen geven aan behoefte te hebben aan meer ondersteuning, vooral vroeg in het traject naar een euthanasie.

Krijgen ze te maken met complexe casussen dan raadplegen ze vaak een andere zorgprofessional, meestal een collega, ook wel een specialist ouderengeneeskunde of een SCEN-arts. Ze denken in de toekomst meer behoefte te hebben aan consultatie. Het vaakst worden daarbij SCEN-arts en palliatief en geriatrisch deskundige genoemd. Geestelijk verzorgers zitten duidelijk onder de radar. Dat zou meer met onbekendheid dan met hun potentiële waarde te maken kunnen hebben. Pas eind vorig jaar is door minister De Jonge financiële ruimte gemaakt voor geestelijk verzorgers in de huisartsenzorg.

Verreweg de meeste huisartsen zouden meer kennis willen hebben van dementie-gerelateerde zaken. Meer dan de helft zou meer kennis willen hebben van de wet en de interpretatie daarvan met betrekking tot euthanasie bij patiënten met dementie. Ook is er behoefte aan meer communicatieve vaardigheden om met druk van naasten om te gaan en aan kennis over het opstellen en hanteren van wilsverklaringen. De meesten schatten dat ze zo een keer per maand een wilsverklaring op hun bureau krijgen. In meer dan de helft is een euthanasieverzoek opgenomen voor het geval van ernstig dementeren.

Vaak voelen huisartsen die te maken krijgen met euthanasieverzoeken zich onder druk gezet, of door familieleden of door de patiënt zelf, zo blijkt uit de enquête.

Gaat het om wilsonbekwame patiënten, dan is volgens de meeste ondervraagde huisartsen een groot probleem hoe je bepaalt of sprake is van ondraaglijk lijden, immers kerncriterium van de euthanasiewet. Sommige ethici stellen dat precies om die reden euthanasie bij diep dementen uitgesloten moet zijn. De wet zou hier aangepast of geherinterpreteerd moeten worden.

Bijna de helft van de ondervraagde huisartsen vindt dat een schriftelijke wilsverklaring nooit een mondeling euthanasieverzoek kan vervangen. Volgens een wat kleiner aantal kan dat onder bepaalde condities wel. Zo moet het gaan om goede kennis van de patiënt, moet er recent en frequent contact zijn geweest met patiënt en familie, en moet de wilsverklaring actueel en duidelijk zijn. Er is veel te doen over het vooraf toedienen van een slaapmiddel. Bijna de helft van de artsen vindt dat acceptabel. Een kleine kwart verbindt er voorwaarden aan: alleen als de patiënt onrustig is en als het in de wilsverklaring is opgenomen.

Van de huisartsen die nog nooit euthanasie verleenden aan een patiënt met dementie en ook nooit een euthanasieverzoek van zo’n patiënt kregen, kan ongeveer de helft zich voorstellen in zo’n geval over te gaan tot euthanasie. Net zo veel artsen stellen onder geen beding euthanasie te zullen verlenen aan zo’n patiënt, maar altijd te zullen doorverwijzen naar een collega. Enkelen (5%) zeggen ook dat niet te willen doen.

Ongeveer de helft van de respondenten vindt dat familie nooit een euthanasietraject kan initiëren. Een kwart heeft daar geen moeite mee, onder voorwaarde dat hij/zij als arts de familie goed kent, de patiënt het betreffende familielid bij volle verstand gemachtigd heeft, de familie heeft deelgenomen aan eerdere gesprekken over de euthanasiewens en er geen sprake is van belangentegenstelling. (B.U.)