Dementie: hoe vertel ik het mijn patiënt?

Lang niet alle artsen delen standaard met patiënten bij wie ze dementie vaststellen hun diagnose. Huisartsen zijn daar nog minder toe geneigd dan medisch specialisten. Dat blijkt uit een analyse door Britse wetenschappers van empirische studies uit de databanken Scopus, Web of Science en PubMed.

Uit het onderzoek van L.F. Low e.a. kwam naar voren dat 34% van de huisartsen en 48% van de specialisten wel standaard aan hun patiënten vertellen dat ze bij hen dementie hebben vastgesteld. Tegenover familie blijkt de drempel een stuk lager te liggen: 89% van de huisartsen en 97% van de specialisten vertelt familieleden standaard over de diagnose.

Om dementie te beschrijven worden eufemistische uitdrukkingen als ‘geheugenproblemen’ vaker gebezigd dan medische begrippen.

De onderzoekers gingen na waardoor artsen zich laten leiden bij het stellen van de diagnose dementie en het communiceren daarover. Ze noemen:

  • de eigen ideeën over dementie en behandeling en het vertrouwen in diagnose en communicatie;
  • de omstandigheden van de patiënt, onder meer de mate van besef, ernst van de conditie en steun van de familie;
  • aanwezigheid en toegankelijkheid van toegesneden zorginstellingen (gezondheidszorg, sociale zorg).
  • culturele normen met betrekking tot dementie (stigma, labels).

De diagnose dementie en de communicatie daarover zijn in elkaar verstrengelde processen en moeten samenhangend worden geadresseerd, aldus de auteurs. Zijn pleiten voor het ontwikkelen van richtlijnen, bijscholing van artsen, publieke campagnes om het stigma van dementie te halen, behandeling en steun na de diagnose en passende vergoeding voor de tijd die artsen besteden aan hun dementerende patiënten.

L.F. Low et al, Communicating a diagnosis of dementia: A systematic mixed studies review of attitudes and practices of health practitioners. DOI: 10.1177/1471301218761911.