Spirituele zorg bij huisarts vraagt om nader zorgvuldig debat

Richtlijnen herinneren de medische wereld aan de verantwoordelijkheid voor spirituele zorg in brede zin, met respect voor waardigheid, menselijkheid, individualiteit en verscheidenheid van mensen wier culturele achtergrond, geloof en levensovertuigingen verschillen. Huisartsen worden aangemoedigd zulke zorg te verlenen, maar dat blijkt geen geringe of eenvoudige opgave.

Britse onderzoekers A. Appleby et al. analyseerden bestaande kwalitatieve studies over de visies van huisartsen op spirituele zorg. Sommige, maar niet alle huisartsen blijken een rol voor zichzelf te zien in het verlenen van spirituele zorg.

Appleby et al. wilden beter begrijpen welke inzichten ten grondslag liggen aan de reserves als het gaat om spirituele zorg. Daartoe werd met behulp van een zogenaamd ‘kritisch realisme’ raamwerk een samenhangende studie opgezet: een type studie dat op een samenhangende manier representatieve literatuur beschouwt, kritiseert en synthetiseert, zo dat nieuwe raamwerken en perspectieven ontstaan.

(De kritisch realisme onderzoeksfilosofie gaat uit van een realiteit met onderliggende mechanismen (ontologisch uitgangspunt), maar tegelijkertijd wordt erkend dat mensen duiding geven aan de realiteit (epistomologisch uitgangspunt). De positivistische benadering stelt dat alleen observeerbare gebeurtenissen mogen worden meegenomen in kennisontwikkeling. Het bestaan van niet-observeerbare gebeurtenissen wordt ontkend. Dit is in tegenspraak met kritisch realisme waar juist naar onderliggende mechanismen wordt gezocht die de observeerbare gebeurtenissen mede kunnen verklaren – red.).

De onderzoekers vonden vier ‘houdingen’ tegenover spirituele zorg: omarming, pragmatisch, gereserveerd en verwerping. De literatuur levert enig bewijs dat deze houdingen van invloed zijn op zowel de waarschijnlijkheid dat huisartsen spirituele zorg bieden als op de aard daarvan. Overigens is onduidelijk in hoeverre het om onwrikbare of veranderbare gezichtspunten gaat en of bijvoorbeeld training in spirituele zorg voor wijziging kan zorgen.

Verbonden met de benoemde houdingen zijn volgens de onderzoekers twee in de huisartsenzorg gangbare concepten van spiritualiteit. Hoewel die veel met elkaar gemeen hebben, moeten ze volgens hen worden onderscheiden: een ‘exocentrisch’ en een antropocentrisch concept.

In de studie wordt spiritualiteit opgevat als ‘het aspect van menszijn dat te maken heeft met de manier waarop individuen betekenis en zin zoeken en uitdrukken en de manier waarop ze hun verbondenheid ervaren met het moment, het zelf, met anderen, met de natuur, en met het betekenisvolle of heilige’. Religie wordt gedefinieerd als ‘de karakteristieke geloofsovertuigingen en -praktijken van een geloofsgemeenschap, in het bijzonder verwijzend naar verering van een goddelijk wezen’.

Kwalitatieve en kwantitatieve studies hebben laten zien dat er waarschijnlijk verband is tussen bepaalde religieuze en spirituele variabelen en gezondheid. Die verbanden zijn niet eenvoudig en veel studies zijn methodologisch gebrekkig, maar nieuw, meer sophisticated onderzoek heeft de notie van verbanden bevestigd al is er enige discussie over causaliteit.

Het concept van spirituele zorg in de huisartsenpraktijk biedt kansen, concluderen de onderzoekers. Nader zorgvuldig debat erover is echter nodig. ‘Kritisch realisme’ zou een intellectueel overtuigend en praktisch raamwerk voor deze discussies kunnen bieden, waarbij gepolariseerde argumenten worden vermeden. ‘Fools rush in where angels fear to tread’ luidt het Engelse spreekwoord. Als het wenselijk is spirituele zorg in de huisartsenpraktijk te bevorderen, dan zullen we zo’n gemeenschappelijk raamwerk moeten vinden en moeten leren van onze meningsverschillen, schrijven de onderzoekers. Opdat we noch haasten noch bevreesd zijn te lopen.

A. Appleby et al., Spiritual Care in General Practice: Rushing in or Fearing to Tread? An Integrative Review of Qualitative Literature. J Relig Health (2018) 57:1108–1124 https://doi.org/10.1007/s10943-018-0581-7