Moderne geneeskunde weet geen raad met klinische complexiteit

De moderne geneeskunde, nog altijd vooral gericht op afzonderlijke ziekten, weet niet goed raad met klinische complexiteit (KC), wat niettemin een steeds belangrijker thema in de gezondheidszorg is. Geneeskunde verandert voortdurend en de conceptuele en materiële dynamiek van ziekten zou niet enkel als een biowetenschappelijk proces moeten worden gezien; het omvat een breed scala van menselijke en sociale ervaringen. Helaas, hoewel KC een klinische prioriteit is, is de zorg juist de kant opgegaan van toenemend reductionisme. Aldus Italiaanse wetenschappers in de European Journal of Internal Medicine.

Het ouder worden van de bevolking heeft in de afgelopen decennia geleid tot een grotere prevalentie van chronische ziekten, die met de tijd optellen en leiden tot multimorbiditeit. Multimorbiditeit wordt door artsen nog vaak beschouwd als praktisch synoniem met, of ‘hallmark’ van, KC.

Ten onrechte, schrijven Gino Roberto Corazza et al. Zij deden een omvangrijke literatuurstudie, waarbij de databank Medline werd nagezocht met zoektermen als ‘klinische complexiteit’, ‘complexe systemen’, ‘chronische ziekten’ in combinatie met ‘ouderen’, ‘ouder worden’, ‘kwetsbaarheid’, ‘multimorbiditeit’, ‘afbouwen van medicatie’, ‘polyfarmacie’, ‘medisch onderwijs’, ‘zorggebruik’. Uit meer dan duizend publicaties selecteerden ze studies die specifiek het definiëren en karakteriseren van complexiteit in de klinische geneeskunde tot onderwerp hadden.

Recente studies laten zien dat KC meer en anders is dan multimorbiditeit. KC komt voort uit de dynamische interactie van zowel intrinsieke factoren (leeftijd, geslacht, multimorbiditeit, kwetsbaarheid van de patiënt) als contextuele factoren (sociaal-economisch, gedrag, cultuur en omgeving). De uitkomst van deze interacties is niet-lineair en onvoorspelbaar. Het levert zowel in de klinische praktijk als voor de organisatie van de gezondheidszorg een lastig te tackelen problematiek op. Tot nu toe bestond de benadering van KC erin dat componenten ervan uitgesplitst en afzonderlijk geanalyseerd werden. Bij gevolg zijn volgens Corazza en collega’s slechts incomplete strategieën ontwikkeld.

Medische opleidingen hebben een sleutelrol in de overdracht van kennis over complexiteit, opdat KC kan worden begrepen en gemanaged. Besef van complexiteit is de eerste stap om met KC om te gaan, schrijven de onderzoekers. Het ‘benul van coherentie’ moet de verschillende bestudeerde aspecten bij elkaar brengen en met elkaar verbinden, ondanks de oneindige complexiteit van het biologische en sociale leven. Op deze manier medisch onderwijs geven zou artsen voorbereiden om met KC om te gaan. Loutere medische kennis en het beheersen van bepaalde vaardigheden, hoewel voorwaardelijk, is niet genoeg. ‘Holistische zorg’ kan geleerd worden in de praktijk, door de verwevenheid van variabelen te begrijpen en interventies toe te snijden op de persoon van de patiënt.

Toekomstig onderzoek zal zich volgens Corazza c.s. moeten richten op het implementeren van onze kennis van KC, door nieuwe tools te ontwikkelen voor kwantificeerbaarheid en nieuwe oplossingen te vinden om de gezondheidszorg tegen houdbare kosten te verbeteren.

G.R. Corazza et al., Bringing complexity into clinical practice: An internistic approach. European Journal of Internal Medicine, https://doi.org/10.1016/j.ejim.2018.11.009