Leven!

COLUMN

Rob Vunderink

Intelligentie erft het kind van zijn moeder, niet van zijn vader. Die boude conclusie zag ik deze week op mijn computerscherm voorbijkomen. Meteen sloeg ik aan het googelen. Op allerlei websites trof ik oudere berichten aan waarin precies dezelfde bewering stond. Het X-chromosoom bepaalt je intelligentie en dat stukje DNA krijg je van je moeder, dus daar heb je het maar mee te doen.

In een wereld waarin menige Diederik stapeltje op stapeltje stapelt, kan een poging tot popperiaanse falsificatie geen kwaad. Wat blijkt? De berichten zijn terug te voeren op een blog dat jaren geleden verscheen op de website Psychology Spot. Van de genetische conclusie in het blog maakt de wetenschappelijke journaliste Emily Willingham gehakt op de website van Forbes: bij elkaar geraapte onzin op grond van een gammel experiment met muizen. Willingham wijst erop dat er door de ouders veel meer wordt overgedragen dan dat enkele X-chromosoom, voorts dat bij de verschillende chromosomen ook nog uitwisseling plaatsvindt en dat intelligentie van veel meer biologische factoren afhangt. Tot zover ‘nature’. ‘Nurture’ doet vervolgens ook nog een duit in het zakje.

Mijn eigen twijfel stoelde op een simpele waarneming. Mijn moeder moest naar de huishoudschool omdat ze niet goed kon leren – voor de rest van haar leven een bron van frustratie – terwijl mijn vader, met zelf alleen lagere school, buurjongens bijles gaf en vreemde talen sprak. Mijn moeder zong ‘Que Sera Sera’ op een melodie die pas over enkele generaties zal worden begrepen, mijn vader was een ster op de chromatische mondharmonica en speelde klassiek gitaar. Zelf ging ik naar het gymnasium en ik werd beroepsmuzikant, hetgeen mij deed vermoeden dat ik cerebraal vooral aan mijn vader schatplichtig was. Mijn pa en ik deelden bovendien een zeker gevoel voor humor. Nu kan mijn moeder natuurlijk doorgeefluik zijn geweest van talenten van haar voorouders, maar dat doet niets af aan mijn twijfel aan de erfelijkheidshypothese hierboven.

We kennen ze wel, vreemde onderzoeksresultaten, zoals het bewijs dat vleesliefhebbers asocialer en egoïstischer zijn dan vegetariërs. Ronduit bedrog en nog wel op universitair niveau, waar zelfs hoogleraren instonken.

Raadselachtig. Wat vooral verbaast, is de discrepantie tussen werkelijke medische prestaties en slagen in de ruimte. AIDS hoeft geen doodvonnis meer te betekenen. De strijd tegen kanker laat grote vooruitgang zien. Richt je blik vervolgens op de psychiatrie en huiver. ‘ADHD’ op vijf plaatsen zichtbaar’, berichtte de Radboud Universiteit begin 2017. Totale onzin, aldus emeritus hoogleraar Trudy Dehue, want ADHD is een verzamelnaam voor verschillende stoornissen en geen ervan is zichtbaar in de hersenen. De DSM-5, handboek voor psychiaters, beschrijft onder meer schizofrenie. Onzin, vindt psychiater Jim van Os, want schizofrenie bestaat niet. Ook alweer een verzamelnaam voor verschillende aandoeningen. Depressie dan? ‘Die ziekte bestaat misschien wel niet’, schrijft huisarts Joost Zaat deze week in de Volkskrant. Hij verbaast zich over de DSM, waarin te veel of te weinig slapen, aankomen of juist afvallen, opgewonden of juist teruggetrokken zijn staan genoemd als kenmerken van depressie. Kom je al met al uit op 5 punten, dan is sprake van een depressie. Zaat: ‘Hoe tel je slecht doorslapen op bij aankomen?’

Nog nooit heeft een arts mij naar mijn dieet gevraagd. Nooit heb ik van de dokter een eetadvies gekregen, terwijl ‘je bent wat je eet’. Lekenadviezen genoeg, zoals ‘de witte motor’ die later ‘de witte sloper’ werd, rode wijn die goed zou zijn voor de gezondheid – wie het gelooft, krijgt een olifant –, vetten en koolhydraten die nu eens goed, dan weer slecht zijn. Wie of wat kun je geloven?

Alles mag een beetje, denk ik dan maar, zolang het niet om zelf geplukte paddestoelen gaat. En weet je wat echt slecht is? Leven!

0 Shares