Druïdenbijeenkomst met blauw zwaailicht?

OPINIE

Met gevoelens van urgentie hielden huisartsen deze week een landelijke bijeenkomst. Niet toevallig op de plek in Woudschoten waar zestig jaar geleden het fundament voor het nieuwe specialisme huisartsgeneeskunde werd gelegd.

Kernwaarden van zorg werden toen geformuleerd: zorg die behalve persoonsgericht ook generalistisch en continu moet zijn. Het werkterrein van de huisartsen is sindsdien steeds meer opgerekt. Zo nemen ze steeds meer taken over van hun medisch-specialistische collega’s in de ziekenhuizen met bijkomende aansprakelijkheid en staan ze aan het hoofd van steeds grotere huisartsenteams wat zorgmanagement vereist. De werkdruk van bijkomende verplichte avond/nacht- en weekenddiensten is ook zwaarder gaan wegen. De rek is eruit. Ging het er destijds om terrein te winnen, nu gaat het om begrenzen.

Huisartsen besloten eensgezind hun kernwaarden van destijds te bevestigen en zelfs er een aan toe te voegen: gezamenlijkheid. Gedoeld wordt op samen met patiënten bepalen wat passende zorg is en op samenwerking binnen en buiten het huisartsenteam. Generalistisch is ‘medisch generalistisch’ geworden, maar huisartsen blijven vinden dat ze het eerste aanspreekpunt zijn voor de lichamelijke en psychische klachten van hun patiënten, van jong tot oud.

De bijeenkomst leverde dus een bekrachtiging op van taken en verantwoordelijkheden, maar nog geen antwoord op de meest nijpende vragen van nu: de avond/nacht- en weekenddiensten en de toenemende druk op de praktijk.

Was dit dan een druïden bijeenkomst met blauw zwaailicht en moet er gewoon weer verder productie worden gedraaid? Nee, het is nu aan de acht betrokken organisaties om standpunten te vertalen naar omringende partijen en de huisarts in zijn spreekkamer te helpen.

Hoe? Door enerzijds het tegengaan van verdere specialisering onder de verantwoordelijkheid en aansprakelijkheid van praktijk houdende huisartsen. Maar anderzijds juist door het ondersteunen van de belangrijke taak van zorgcoördinatie voor de patiënt als het gaat om klinische complexiteit.

Klinische complexiteit komt voort uit de dynamische interactie van zowel intrinsieke factoren (leeftijd, geslacht, multimorbiditeit en kwetsbaarheid van de patiënt) als contextuele factoren (sociaaleconomisch, gedrag, cultuur en omgeving). Huisartsen hebben dagelijks te maken met deze complexiteit en zouden een sleutelrol moeten spelen in de overdracht van kennis daarover om zo tegenwicht te bieden tegen de tendens van steeds verdergaand reductionisme. Zorg voor ‘heel de mens’ voor hen die deze zorg het hardst nodig hebben vertegenwoordigt misschien wel het best de grondslag van de huisartsenzorg. Vertaald naar de avond/nacht- en weekenddiensten zou dit kunnen betekenen dat de huisarts zich vooral concentreert op de zorg voor patiënten die thuis verblijven met complexe aandoeningen. Vaak is dit de  groep met de wens op termijn thuis te kunnen overlijden. Om dat mogelijk te maken is heel wat voorzorg, juist proactief en niet reactief, noodzakelijk. Burgers hebben in de aanloop naar de Woudschotenconferentie in een enquête van onderzoeksbureau Nivel aangegeven veel waarde te hechten aan de bereikbaarheid en beschikbaarheid van de huisarts bij het thuis overlijden.

Jaap Schuurmans

0 Shares