Wilsverklaring als basis voor een open gesprek

OPINIE

De wilsverklaring staat volop in de aandacht nu de Nederlandse Vereniging voor een Vrijwillig Levenseinde (NVVE) en de Consumentenbond campagne voeren voor een eigen versie van dit document. Een goede zaak, want patiënten en artsen moeten vaker met elkaar in gesprek gaan over het levenseinde.

Gesprekken zijn nodig, want het bestaan van een wilsverklaring kan onrealistische verwachtingen wekken.

Uit onderzoek blijkt dat 83 procent van de ondervraagde burgers het juist vindt dat euthanasie wordt verleend aan een patiënt met wie geen communicatie meer mogelijk is en die kort voor hij dement werd een schriftelijke wilsverklaring heeft opgesteld.

Het is echter een illusie te denken dat zo’n wilsverklaring bij ernstige dementie de wilsbekwaamheid definitief regelt, ook op momenten dat er geen sprake meer is van wilsbekwaamheid. Deze paradoxale situatie roept zowel praktische als morele dilemma’s op. Een arts is immers gehouden aan de wet. Die bepaalt dat doden uitsluitend is toegestaan als er sprake is van uitzichtloos en ondragelijk lijden waarbij alternatieve zorg het lijden niet meer kan verminderen. De meeste artsen willen bovendien dat er in geval van euthanasie een mate van wilsbekwaamheid bij de patiënt is. Dat kan overigens ook bij dementie wel degelijk het geval zijn.

Het idee van pertinente wilsonbekwaamheid bij dementie is door artsen en juristen losgelaten. Wilsbekwaamheid kan variëren in tijd en per situatie, stelt de artsenorganisatie KNMG. Als internationaal referentiekader voor wilsbekwaamheid gelden criteria als: ‘Een keuze kunnen maken’, ‘kunnen begrijpen’, ‘kunnen waarderen’ en ‘kunnen redeneren’. Een normatief element zoals ‘autonomie’ heeft geen beslissende rol.

Vroeger werd de dokter vrij gelaten in zijn of haar beslissing wat het beste was. Dat is niet meer zo. Maar de verwachtingen die blijken uit een in beton gegoten wilsverklaring, een document waaraan niet meer te tornen valt, gaan uit van het totaal tegenovergestelde.

Toch belandt soms zo’n kant en klare wilsverklaring plompverloren in de spreekkamer op mijn bureau, alsof het gaat om een notarieel document dat ik als een soort executeur testamentair kan opslaan. Zo werkt het niet, wat mij betreft.

Ik pleit voor overleg, waarbij niet alleen de waarden en overwegingen van de patiënt een plaats hebben, maar ook die van de behandelaar.

De spreekkamer in lopen voor zo’n gesprek is voor de meeste mensen niet eenvoudig, dat realiseer ik me. Ik roep huisartsen daarom op, tijd en energie te steken in het uitnodigen van mensen die kwetsbaar zijn. Ze kunnen daarbij de wilsverklaringen die circuleren gebruiken als basis voor een open gesprek met de betrokkene en zijn of haar naasten over hun angsten en wensen met betrekking tot de laatste fase van het leven.

Jaap Schuurmans

(Dit artikel werd eerder gepubliceerd in het Algemeen Dagblad)

0 Shares