Vrijwilligers gaan onder druk vaak over grenzen, ook eigen grenzen

Een op de vijf vrijwilligers in zorg en welzijn verricht weleens taken die eigenlijk door professionals uitgevoerd moeten worden. Zij vinden dat zelf ongewenst, maar het alternatief is dat hulpbehoevende mensen geen hulp krijgen. Daarom overschrijden ze vaak grenzen, ook die van henzelf.

Dat blijkt uit een tweejarig onderzoek van de Universiteit voor Humanistiek in opdracht van Vereniging Nederlandse Organisaties Vrijwilligerswerk (NOV) onder ruim 5200 vrijwilligers in zorg en welzijn en meer dan zeshonderd coördinatoren van veertien landelijke vrijwilligersorganisaties. Het onderzoeksrapport,  Aan de andere kant van de schutting. Inspelen op de toenemende vraag naar vrijwillige inzet in het lokale sociale domein, werd 1 november gepresenteerd op de netwerkconferentie ‘Vrijwillig geluk maken’ van NOV.

Als voorbeelden van taken die hun kennis, verantwoordelijkheden en bevoegdheden te buiten gaan, noemen ze het toedienen van medicijnen, het inbrengen van een katheter, het geven van eten en drinken aan mensen met een slikprobleem, of hulp bij complexe rouw of complexe psychische problematiek. Daarnaast gaat het om privacygevoelig papierwerk, zoals aanvragen van een DigiD-code, belastingaangiftes, kiezen van een zorgverzekering, of inzage in (medische) dossiers.

De onderzoekers pleiten voor een open gesprek over deze grensoverschrijdingen, zowel in zorg- en welzijnsorganisaties als in het publieke debat. Als er niet over deze druk gepraat wordt, blijven vrijwilligers er alleen mee zitten. Dat maakt hen eenzaam en angstig. Het overschrijden van grenzen maakt hen ook kwetsbaar, bijvoorbeeld voor beschuldigingen van fraude of misbruik. De onderzoekers waarschuwen bestuurders en politici dat nog meer regels, protocollen, scherpere grenzen en meer controle geen oplossing zijn. Vrijwilligers kénnen de regels, maar hebben goede redenen deze te overtreden. Met strengere regels zijn ook hulpbehoevenden niet geholpen.

Sinds de invoering van de Participatiewet, de Wet maatschappelijke ondersteuning en de Jeugdwet staan vrijwilligers en hun organisaties in toenemende mate onder druk. Het aantal en de complexiteit van hulpvragen is sterk toegenomen. Meer druk op vrijwilligersorganisaties vertaalt zich een-op-een naar meer druk op vrijwilligers om extra taken op zich te nemen. De grenzen tussen vrijwilligerswerk en betaald werk blijken in de praktijk allerminst vast te staan. Het appel dat zorgorganisaties, overheid en hulpvragers op vrijwilligers doen, leidt ertoe dat vrijwilligers zichzelf druk opleggen. Als vrijwilligers weten dat iets niet tot hun taken behoort, maar zien dat iemand geen hulp krijgt, handelen zij naar hun gevoel in plaats van strikt de regels te volgen.

De overheid kan de druk van de participatiesamenleving niet bij vrijwilligers en hun organisaties leggen als zij daar qua ondersteuning en erkenning niets tegenoverstelt, zo maakt het onderzoek duidelijk. Gemeenten moeten vrijwilligersorganisaties erkennen als gelijkwaardige gesprekpartners in het sociale domein en overvraging van vrijwilligersorganisaties voorkomen.

Het onderzoek biedt nog andere inzichten. Bijvoorbeeld dat 98% van de uitvoerende vrijwilligers plezier heeft in het vrijwilligerswerk. Een opvallend hoge score gezien hun worsteling met het stellen van grenzen en de toenemende druk.

Download onderzoeksrapport

0 Shares