Palliatieve zorg moet en kan beter, zegt VWS

Minister De Jonge (VWS) presenteerde vorige maand in een Kamerbrief een plan van aanpak voor verdere verbetering van de palliatieve zorg in ons land. Behalve praktische verbeteringen realiseren wil hij meer bekendheid geven aan de palliatieve zorg.

Hugo de Jonge, minister van VWS

De minister schrijft dat de afgelopen jaren veel tot stand is gekomen, maar verdere verbetering nodig is. Die is mogelijk door:

  • het kwaliteitskader palliatieve zorg volledig in praktijk te brengen. Palliatieve zorg zou over drie jaar aan de eisen van het kwaliteitskader moeten voldoen. Goed voorbeeld: de zelfevaluatie-tool ontwikkeld door PZNL. Dit proces wordt de komende drie jaar vanuit de in het regeerakkoord opgenomen extra middelen ondersteund.
  • de uitkomsten van het ZonMw programma Palliantie meer te implementeren. In de Palliantie-ronde voor 2019 wordt al ingezet op meer implementatie doordat partijen kunnen inschrijven op projectvoorstellen. Na 2020 kan er een praktijkgericht vervolg op het programma komen met mogelijk 8 miljoen euro jaarlijks voor de periode 2021-2025. De activiteiten rond geestelijke verzorging zijn in een aparte aanpak uitgewerkt. Uit de recente projectronde van ZonMw voor verbetering van geestelijke verzorging in de eerste lijn is al een aantal projecten voortgekomen.
  • de bekostiging aan te pakken. Bekostiging van palliatieve zorg wordt vaak als versnipperd en onduidelijk ervaren. Zoals de Nederlandse Zorgautoriteit (NZa) heeft aangegeven is de bekostiging veelal monodisciplinair ingericht. Deelnemers aan de eerder georganiseerde rondetafels over de bekostiging in de palliatieve zorg suggereren drie routes als mogelijke oplossing: casemanagement, transmurale samenwerking en patiëntvolgende bekostiging. Volgens de minister moet de bekostigingsstructuur het leveren van goede palliatieve zorg (kwaliteitskader) ondersteunen. Zo komen er informatiekaarten over de huidige mogelijkheden voor de bekostiging van transmurale palliatieve zorg en innovatieve samenwerkingsvormen. Ook gaat VWS aan de slag, samen met de NZa, de coöperatie PZNL, verzekeraars, ZonMw en het praktijkteam palliatieve zorg, om lopende transmurale samenwerkingsprojecten desgewenst verder te brengen. Mogelijk wordt in de praktijk geëxperimenteerd met vormen van integrale bekostiging.
  • de informatievoorziening te verbeteren. Komend jaar komen aanvullende cijfers uit databases beschikbaar over kwaliteit en omvang van de palliatieve zorg beschikbaar. Er komt een basisset van kwaliteitsindicatoren met zo min mogelijk registratielasten en de NZa gaat volume en kosten van de palliatieve zorg nader in beeld te brengen. Dit zal in 2020 tot resultaat leiden.
  • door meer bekendheid te geven aan de palliatieve zorg. In het voorjaar start een publiekscampagne om de bekendheid van palliatieve zorg en bewustwording bij burgers te vergroten. De communicatieaanpak kan ook worden gebruikt voor het beter bekend maken van zorgverleners met de palliatieve zorgbenadering (zowel in opleidingen als in het werkveld). Om meer bekendheid in het sociale domein en bij gemeenten te krijgen over palliatieve zorg en juiste ondersteuning in de laatste levensfase is het nodig dat zorg en welzijn beter samenwerken en dat de kracht van formele en informele verbanden in de lokale gemeenschap beter wordt benut. Agora zal zich hiervoor de komende jaren inzetten.
  • door versplintering tegen te gaan. De verbindende rol van Palliatieve Zorg Nederland (PZNL) en het feit dat steeds meer partijen samenwerken maken afname van de versplintering in de palliatieve zorg mogelijk. Daartoe ontvangt PZNL financiële ondersteuning. Ook zal het praktijkteam palliatieve zorg worden voortgezet, met een wat grotere rol voor de PZNL bij de afhandeling van meldingen, maar met dezelfde betrokkenheid en aansturing vanuit VWS.

Brief minister 8 november 2018

0 Shares