Kankerpatiënt na ‘slecht nieuws’ te vaak in de kou

Ziekenhuizen laten ongeneeslijk zieke kankerpatiënten te vaak in de kou staan. Dat blijkt uit een onderzoek van de Nederlandse Federatie van Kankerpatiënten organisaties (NFK) onder 654 kankerpatiënten die weten dat ze niet meer beter worden.

Van de ondervraagden geeft 63 procent aan dat ze na het ‘slecht nieuws gesprek’ verder zijn geholpen door het ziekenhuis, vooral met een behandeling om de kanker te remmen, contact met een vast aanspreekpunt, advies over lichamelijke klachten of behandeling van lichamelijke klachten (bijvoorbeeld pijnbestrijding). Patiënten vinden die hulp erg belangrijk. Toch geeft 28 procent aan niet verder te zijn geholpen door het ziekenhuis. Van deze groep zegt 57 procent hier wel behoefte aan gehad te hebben. Die behoefte geldt vooral een vast aanspreekpunt in het ziekenhuis, steun voor naasten en informatie over psychische en lichamelijke klachten.

Ruim zes op de tien patiënten hebben op enig moment behoefte om te praten over hun levenseinde, zo blijkt verder uit het NFK-onderzoek. Vooral met hun partner en kinderen, maar ook met hun huisarts en behandelend arts in het ziekenhuis. De belangrijkste onderwerpen daarbij zijn euthanasie, palliatieve sedatie en pijnbestrijding. Zij vinden het belangrijk dat de zorgverlener het initiatief neemt voor het gesprek, maar dat gebeurt slechts in 22 procent van de gevallen. Vaak is dat dan de huisarts.

(Meer informatie over het onderzoek op de site van de NFK)

0 Shares