Artsen: gebrek aan steun bij euthanasie dementerenden

Ook mensen met dementie kunnen in Nederland in aanmerking komen voor euthanasie. In 2017 werd 166 keer euthanasie uitgevoerd in gevallen waarin dementie de grondslag van ‘ondraaglijk lijden’ was. Drie keer ging het om gevorderde dementie.

In geval van dementeren is het besluitvormingsproces bij een verzoek tot euthanasie ingewikkeld. Vanwege de cognitieve achteruitgang is het lastig te bepalen óf, en zo ja wanneer euthanasie gerechtvaardigd en wenselijk is. Vooral huisartsen en specialisten ouderengeneeskunde kampen met dit probleem.

Twee jaar  geleden uitte een grote groep artsen in een paginagrote advertentie in landelijke dagbladen hun zorgen. Aanleiding om aan de Radboud Universiteit in Nijmegen een honours class op te zetten om te exploreren aan welke steun huisartsen en specialisten ouderengeneeskunde behoefte hebben.

Daartoe werden bij elf artsen semi-gestructureerde face to face interviews afgenomen. De interviews werden vervolgens met behulp van direct content analysis geanalyseerd.

Het ging om evaluatie van het euthanasieverzoek, ervaren moeilijkheden, expertise, support, en coping en emoties. Huisartsen bleken zich vaak eenzaam te voelen bij een euthanasieverzoek op grond van dementie. Sommige artsen voelden zich onder druk gezet door de familie om euthanasie uit te voeren. Als gevolg van afnemende cognitie viel het hen vaak moeilijk om een gesprek over dit onderwerp te voeren met de patiënt, met name om de ondraaglijkheid van het lijden en de actuele doodswens helder te krijgen en alternatieven voor euthanasie te bespreken. Vaak werd genoemd dat, als ze mee konden gaan in het euthanasieverzoek, het moment bepalen van de daadwerkelijke uitvoering enorm lastig is; veelal gaat het bij ondraaglijk lijden in feite om de vrees voor toekomstig lijden.

De wetgeving met betrekking tot deze groep patiënten werd als weinig richting gevend ervaren. Over rol en steun van SCEN-artsen waren de meningen verdeeld. Sommige geïnterviewden waardeerden expertise en advies rond wetgeving van SCEN-artsen, terwijl anderen een weinig kritische houding opmerkten die het gevaar van normalisering en institutionalisering van euthanasie met zich mee zou brengen. Vooral huisartsen gaven aan dat een moreel beraad of consultatie van een geestelijk verzorger, psycholoog of ethicus in de eerste lijn niet vanzelfsprekend is, terwijl ze daar wel behoefte aan hebben. Specialisten ouderengeneeskunde voelden zich gesteund door het interdisciplinaire team waar ze in werken.

De onderzoekers concluderen dat huisartsen behoefte hebben aan meer steun in de vorm van duidelijker wetgeving, de mogelijkheid van een moreel beraad en consultatie van andere disciplines zoals een geestelijk verzorger.

R. Bouwmeester et al., Euthanasia in Dementia Cases; what are experiences and needs of Dutch physicians?  An Interview study. (Nog niet gepubliceerd.)

0 Shares