Wie helpt je dan?

VISIE

Francine Wildenborg

Geestelijke verzorging? Dat is toch iets religieus?! Aldus de gemiddelde reactie op mijn carrièreswitch van journalist naar geestelijk verzorger. Nee, ik geloof niet. Maar ik ben wel van mening dat je deskundige hulp kunt gebruiken in moeilijke tijden, welke levensbeschouwing je ook hebt en waar je je ook bevindt. Tot nu toe werd geestelijke verzorging alleen gefinancierd bij verblijf in instellingen als ziekenhuizen en verpleeghuizen. Minister Hugo de Jonge (Zorg, CDA) kwam op 8 oktober met 25 miljoen over de brug voor geestelijke verzorging in de thuissituatie. Een doorbraak.

Maar waarom moeten we zo blij zijn met geestelijke verzorging? Wat is het überhaupt? Veelgebruikte termen als zingeving, levensvragen of spiritualiteit verhelderen nauwelijks. Ook ik had geen idee toen ik in 2014 als journalist in de Tweede Kamer bij een rondetafelgesprek zat over de ‘Coalitie van betekenis tot het einde’. Pas nadat ik een geestelijk verzorger en haar patiënt sprak, begreep ik het. Want: wat als er aan de situatie waarin iemand zit niets te doen valt? Ruim 10 jaar schreef ik in de krant over nieuwe kankerbehandelingen, elektroshocktherapie tegen zware depressies, zorgrobotten tegen eenzaamheid, gezond leven ter voorkoming van dementie. Maar wat heb je daaraan als je je gezin moet achterlaten? Als je je pasgeboren baby verliest? Als je in een rolstoel terecht komt? Als je oud bent en verpietert in een veel te groot huis zonder kinderen en huishoudelijke hulp? Zulke situaties zijn niet alleen ontzettend verdrietig, ze leveren buikpijn op, stress, hyperventilatie. Vragen als ‘komt het ooit nog goed?’, ‘hoe moet ik (alleen) verder?’ en ‘wat heeft het allemaal nog voor zin?’ zijn gekmakend.

Waar moet je heen met die vragen? Naasten die het minstens zo moeilijk hebben met jouw situatie? Geweldig als het kan, maar ik heb ook andere voorbeelden gezien. Een stervende moeder die stoer haar lot aanvaardt terwijl haar man zijn tranen niet durft te laten vloeien. Beiden bezorgd om drie kleine kinderen die plots vreselijk opstandig of juist jaren ouder worden.

Wie helpt je dan? Een huisarts die betrokken is, maar slechts 10 of hooguit 20 minuten de tijd heeft? Een psycholoog die therapeutisch te werk gaat om een ‘stoornis’ te behandelen? Dat zijn niet per se de gesprekken waarin je je verhaal kwijt kan, op zoek gaat naar acceptatie, manieren om afscheid te nemen, om het leven dat er nog is zo fijn mogelijk te maken.

Een geestelijk verzorger neemt de tijd om te luisteren, om bijvoorbeeld op zoek te gaan naar ervaringen waaruit steun te putten valt. Ik vroeg een geestelijk verzorger om een voorbeeld. Hij zei: ,,Een jongeman sidderde in bed van doodsangst. Pratend over zijn leven, vertelde hij over een prachtige kanotocht. Hij leunde achterover en dacht: als dit het is, dan is dit het. Dat beeld hield hem tot zijn laatste adem op de been.”

Als journalist scheef ik wel duizend keer dat ‘we van het kabinet zo lang mogelijk thuis moeten blijven wonen’ en dat ‘ook zelf wíllen’. Ik schreef over eenzame ouderen, overbelaste mantelzorgers, de vaak teleurstellende manier waarop specialisten slechtnieuwsgesprekken voeren, de moeite van dokters met euthanasie. Hoe graag we al die dingen ook willen veranderen: we moeten ermee om zien te gaan, negen van de tien keer gewoon in ons eigen huis. Daarom is het zo belangrijk dat geestelijk verzorgers juist op die plek nu een rol krijgen. Samen met de huisarts, de thuiszorg, het wijkteam. Laat de investering van minister De Jonge een opmaat zijn naar een vaste plek voor geestelijke verzorging thuis.

Francine Wildenborg is beleidsmedewerker externe relaties van de Vereniging van Geestelijk VerZorgers (VGVZ). Tot april 2018 was ze verslaggever gezondheidszorg, onder meer voor het Algemeen Dagblad. Sinds kort studeert ze aan de Radboud Universiteit om geestelijk verzorger te worden.