Een Belgisch pleidooi voor het monitoren van palliatieve sedatie

Sigrid Dierickx, sociologe

‘Maatschappelijke controle over euthanasie kan mogelijk verbeterd worden door het introduceren van een extra controlesysteem voor monitoring van palliatieve sedatie.’ Het is een aanbeveling van Sigrid Dierickx in haar proefschrift Euthanasia practice in Belgium.

Haar onderzoek wijst op het bestaan van een ‘tussenliggende praktijk’, waarin sedatie wordt toegepast met de bedoeling het levenseinde te bespoedigen.

Het is een bevinding die eerder onderzoek, zowel in België als in Nederland, bevestigt. Het bestaan van die ‘grijze zone’ heeft, schrijft Dierickx, voornamelijk drie redenen. Dat palliatieve sedatie soms wordt besproken als een alternatief voor euthanasie kan te maken hebben met de medische situatie van de patiënt (er kon bijvoorbeeld niet worden voldaan aan alle zorgvuldigheidseisen), met de arts die palliatieve sedatie ethisch meer verantwoord kan vinden dan euthanasie, of met instellingsbeleid tegenover euthanasie.

Sinds februari dit jaar kent het Universitair Ziekenhuis van Brussel de door Dierickx aanbevolen monitoring. Registratie van palliatieve sedatie, met informatie over besluitvormingsproces en uitvoering, kan een completer beeld geven van de euthanasiepraktijk, met name als het gaat om de ‘grijze zone’. Registratie van palliatieve sedatie en het gebruik van gestandaardiseerde procedures zouden de uitvoering van zowel palliatieve sedatie als euthanasie zorgvuldiger kunnen maken.

Dierickx vroeg zich onder meer af waarom euthanasie vaak niet aan de FCECE (Federale Controle en Evaluatiecommissie Euthanasie) wordt gemeld. De belangrijkste reden lijkt verband te houden met de middelen die gebruikt worden om het levenseinde te bespoedigen en met de ‘grijze zone’ tussen euthanasie en palliatieve sedatie.

Als de door de richtlijnen aanbevolen middelen werden gebruikt, werd 92% van de euthanasiegevallen gemeld. Als daarentegen niet aanbevolen middelen werden gebruikt, werd maar 4% gerapporteerd. Bovendien werden de laatstgenoemde gevallen door de arts bijna steeds als palliatieve sedatie of pijn- en symptoombestrijding beschouwd. Dierickx tekent daarbij aan dat sommige artsen het levensbekortend effect van opioïden en sedativa mogelijk overschatten. Ook kunnen artsen die moeite hebben met euthanasie maar hun patiënt die euthanasie vraagt toch willen helpen, ervoor kiezen medicijnen te gebruiken die normaal niet met euthanasie worden geassocieerd. Dierickx sluit ook niet uit dat artsen zich niet aan de strikte procedures van de euthanasiewet houden omdat ze die als te tijdrovend en belastend ervaren en de handeling daarom beschouwen als palliatieve sedatie.

Dierickx bepleit betere voorlichting aan artsen als het gaat om euthanasieprocedures en de effecten en bijwerkingen van opioïden en sedativa.

Haar onderzoek weerspreekt het idee dat euthanasie onverenigbaar is met goede palliatieve zorg. In Vlaanderen blijkt palliatieve zorg juist vaak betrokken bij zorg rond het levenseinde van mensen die om euthanasie vragen. Palliatieve zorg bleek bij 71% van de mensen die om euthanasie vroegen betrokken bij zorg rond hun levenseinde.

Dierickx: ‘Het zou niet wenselijk zijn dat alle mensen die euthanasie aanvragen en ontvangen, specialistische palliatieve zorg zouden ontvangen, omdat niet iedereen die euthanasie vraagt, noodzakelijkerwijs baat heeft bij de betrokkenheid van gespecialiseerde palliatieve zorgdiensten. Het valt echter aan te moedigen dat patiënten worden geïnformeerd over andere opties dan euthanasie en dat palliatieve zorg voldoende wordt geëxploreerd.’

Sigrid Dierickx, Euthanasia practice in Belgium. A population-based evaluation of trends and currently debated issues. Proefschrift Vrije Universiteit Brussel, 2018

(Zie: OPINIE)