Weeg eigen oordeel alzheimerpatiënt over stemming mee

Alzheimer kan gepaard gaan met symptomen van depressie. Vroeg of laat ontstaan er problemen met taalexpressie of -begrip (afasie). M. Yildirim-Gorter e.a. onderzochten of ouderen met alzheimer problemen ondervinden bij het begrijpen en beantwoorden van vragen naar hun stemming. Bovendien werd onderzocht in hoeverre de antwoorden van verzorgenden en andere informanten valide genoeg waren om inzicht te geven in de stemming van een oudere.

Aan het onderzoek namen 53 bewoners van zorginstellingen samen met hun direct verantwoordelijke verzorgenden deel; 25 van hen waren gediagnosticeerd met alzheimer, met of zonder taalstoornis, 28 deelnemers hadden geen cognitieve stoornis. Taalvaardigheid werd onderzocht met de SAN-test (Stichting Afasie Nederland) en onderdelen van de Akense Afasietest (AAK). De depressievragenlijsten waren de Beck Depression Inventory-second edition (BDI-II-NL) en de Geriatric Depression Scale (GDS-30).

Er werden geen significante verschillen gevonden in de scores op de twee stemmingsvragenlijsten tussen deelnemers zonder cognitieve stoornis en deelnemers met alzheimer, met of zonder taalstoornis. Ouderen zonder cognitieve stoornis en ouderen met alzheimer gaven gelijkluidende antwoorden op de BDI- en GDS-vragen. Zelfbeoordeling en informantoordeel weken echter sterk af. Het oordeel van verzorgenden over de stemming van de ouderen was meestal negatiever dan dat van de ouderen zelf.

Alzheimer, al dan niet gecompliceerd door een taalstoornis, blijkt niet te leiden tot een vertekening in de scores op de BDI- en GDS-vragenlijsten. Ouderen met alzheimer zijn in staat vragen over hun stemming adequaat te beantwoorden. De gevonden aanzienlijke discrepantie tussen het eigen oordeel en dat van verzorgenden en andere informanten geeft aan dat het van belang is bij onderzoek naar de stemming van ouderen ook het oordeel van de oudere zelf mee te wegen.

M. Yildirim-Gorter e.a., Toepassing van stemmingsvragenlijsten bij ouderen met alzheimerdementie (met of zonder taalstoornis) en hun informanten. Tijdschr Gerontol Geriatr (2018) 49: 103. https://doi.org/10.1007/s12439-017-0246-0.

Commentaar
Marjan van den Berk publiceerde in 1994 ‘Ze is de vioolmuziek vergeten’; een prachtig boekje over het dementieproces van haar moeder. Na een moeizame periode thuis wordt de vrouw uiteindelijk opgenomen in een verpleeghuis. Die laatste levensfase omschrijft Marjan als relatief gelukkig, met name omdat de vrouw zich er niet van bewust is dat ze in een verpleeghuis woont. Haar moeder denkt dat ze op een cruiseschip verblijft, en geniet van een welverdiende vakantie.

Onlangs sprak ik een verzorgende, die het boekje vol verwondering had gelezen. Ze kende de moeder van Marjan, had voor haar gezorgd in het verpleeghuis. Ze vertelde me dat deze vrouw helemaal niet gelukkig was, integendeel. Ze was angstig en depressief.

Aan deze tegenstelling moest ik denken tijdens het lezen van dit onderzoek. Kennelijk is het vrij gebruikelijk dat verzorgenden de mate van welbevinden van bewoners anders inschatten dan de bewoners zelf.

De beleving van de situatie speelt daar wellicht een doorslaggevende rol in. Verzorgenden zien oude, cognitief beschadigde mensen in hun laatste levensfase. Mensen die de grip op de realiteit verloren hebben, en verblijven op een plek die maatschappelijk een laag aanzien heeft. Mensen die gevorderd dement zijn hebben doorgaans een heel eigen beleving. Niet zelden denken ze dat ze decennia jonger zijn dan het geval is, ook hebben ze meestal eigen ideeën over de plek waar ze zijn. Sommige bewoners denken dat ze op het werk zijn, of in een hotel verblijven. Zodoende kunnen bewoners zich best gelukkig voelen, al is dat voor de buitenwereld lastig om te bevatten. Zoals William Thomas ooit al schreef: ‘If men define situations as real, they are real in their consequences’.

Hugo van der Wedden, verpleegkundige en medisch socioloog

0 Shares