Verband bloeddruk en sterfte ouderen op SEH onderzocht

In de bestaande richtlijnen voor medisch beleid en reanimatie bij sepsis (bloedvergiftiging) wordt steevast als drempel voor hypotensie een systolische bloeddruk (SBD) onder 90-100 mmHG gehanteerd. Gaat het echter om oudere patiënten dan staat de klinische relevantie van een ‘normaal’ SBD (boven 100 mmHG) allerminst vast. In hun geval zou, als gevolg van verharde bloedvaten, voor adequate weefselperfusie een hoger SBD nodig kunnen zijn. M. Warmerdam e.a. onderzochten het verband tussen SBD en sterfte onder oudere patiënten op de Spoedeisende Hulp (SEH) van verschillende ziekenhuizen, die waren opgenomen vanwege een vermoede infectie.

Zij analyseerden een bestaande prospectief opgezette databank van SEH-patiënten die tussen 2011 en 2016 waren opgenomen op vermoeden van een infectie. Onderzocht werd het verband tussen SBD-categorieën (onder 100, 101-120,121-139, boven 140 mmHG) en ziekenhuissterfte onder patiënten van 70 jaar en ouder. Uitkomsten werden aangepast voor demografische factoren, comorbiditeit, ernst van de aandoening en verwijzing naar een intensive care afdeling.

De onderzoekers vonden een omgekeerd evenredig verband tussen SBD en ziekenhuissterfte. De data suggereren dat de algemeen gehanteerde drempelwaarde voor hypotensie van geen betekenis is voor het medisch beleid als het om oudere patiënten met een vermoede infectie op de SEH gaat.

M. Warmerdam e.a., The association between systolic blood pressure and in-hosptal mortality in older emergency department patients who are hospitalized with a suspected infection. Emerg Med J, July 2018. doi:10.1136/emermed-2018-207502.

Commentaar
De gegevens van Warmerdam en collegae sluiten aan bij de Noorse bevindingen die aangeven dat een hoge bovendruk (> 140 mm Hg) bij kwetsbare ouderen niet meteen vertaald moet worden in een conclusie dat deze behandeling verdient. Maar de populatie die werd onderzocht in de SEH setting is wel een speciale groep ouderen, ze werden namelijk allemaal verdacht van een infectie. Het is al lang bekend dat de ernst van een infectie, bijvoorbeeld door het optreden van een bloedvergiftiging (sepsis) of door uitdroging, zich laat aflezen aan het bloeddruk verlagende effect. In die zin bevestigt deze studie dat veel meer voor de spoedeisende hulp context, dan dat het meteen iets nieuws oplevert.

Het nieuwe van de studie is veel meer dat die aangeeft dat een simpele beslisregel van een bovendruk van onder of boven de 100 mm Hg niet zinvol is bij kwetsbare oudere personen, wanneer die met een infectie op de SEH komen. Ook bij bloeddrukken net boven de 100 mmHg kan er sprake zijn van een aanzienlijke daling en is dit een alarmteken, anders dan bij jongere personen. Dit wisten geriaters en specialisten ouderengeneeskunde natuurlijk al voor tal van andere vitale gegevens, zoals lichaamstemperatuur, nierfunctie, bewustzijn, en electrolieten. Het gaat er bij kwetsbare ouderen niet zozeer om wat hun absolute waarden laten zien; die verschillen tussen ouderen onderling en met jongere volwassenen te veel. Het gaat er vooral om wat het beloop is van vitale parameters binnen een individu in het verloop van de tijd. Heel goed dat deze Nederlandse groep dat ook voor de bloeddruk bij SEH opname voor infectie laat zien. Hoe beter we onze patiënten kennen, hoe beter we hun technische gegevens op waarde kunnen schatten en hoe beter we de zorg kunnen personaliseren. We mogen dus om allerlei redenen op de bres staan voor meer continuïteit van zorg bij kwetsbare patiënten, omdat kennis van hun historie hier extra zwaar telt.

Marcel Olde Rikkert, hoogleraar geriatrie