Handelingsverlegenheid hinder in geriatrische revalidatiezorg

Geriatrische revalidatiezorg (GRZ) is kortdurende, geïntegreerde multidisciplinaire zorg, gericht op herstel van functioneren en maatschappelijke participatie bij relatief laag belastbare ouderen. Gezien de complexe zorgvragen van geriatrische cliënten moeten verpleegkundigen over juiste competenties beschikken om klinisch relevante signalen te herkennen, op waarde te schatten en effectief aan te pakken. Verpleegkundigen ervaren echter een grote mate van handelingsverlegenheid en geven aan moeite te hebben om multidisciplinaire communicatie en samenwerking structureel vorm te geven.

A. Vos en collega’s onderzochten hoe verpleegkundigen hun rol in het GRZ-proces ervaren in relatie tot handelingsverlegenheid. Bovendien onderzochten zij hoe cliënten en mantelzorgers hun eigen inbreng in het GRZ-proces ervaren. Hun beschrijvende onderzoek had een kwantitatieve en kwalitatieve component.

Cliënten en mantelzorgers blijken de GRZ op een aantal cruciale thema’s negatiever te ervaren dan de verpleegkundigen en teamleiders. Het gaat dan om de informatievoorziening vanuit het ziekenhuis, de betrokkenheid van cliënten en mantelzorgers bij het opstellen van de behandeling en de revalidatiedoelen, de GRZ als 24/7 activiteit van verpleegkundigen en het rekening houden met belangrijke gebeurtenissen in het leven van de cliënt. Met name de laatste drie bevindingen worden veroorzaakt door handelingsverlegenheid onder verpleegkundigen.

Zij zijn onzeker over de reactie van de cliënt of bang dat gevoelige informatie de vertrouwensrelatie met de cliënt schaadt. Het leidt ertoe dat verpleegkundigen cliënten en mantelzorgers niet genoeg betrekken bij het opstellen van de revalidatiedoelen. Handelingsverlegenheid uit zich ook in het onvoldoende rekening houden met andere gebeurtenissen in het leven van de cliënt. Dit kan veroorzaakt worden door het ontbreken van ervaring of specifieke competenties die nodig zijn voor het adequaat omgaan met probleemsituaties. De geformuleerde aanbevelingen richten zich met name op deze aspecten.

Vos A. e.a., Geriatrische Revalidatiezorg: De juiste dingen goed doen. Tijdschr Gerontol Geriatr (2018) 49: 12. https://doi.org/10.1007/s12439-017-0232-6.

Commentaar
Elke zorgprofessional kent het: handelingsverlegenheid. Wie weet er überhaupt de weg in het zorglandschap om bij de GRZ te komen? Je oren klapperen bij alle afkortingen CGA, DBC, Zvw, Wlz, ELV en ga zo maar door. A. Vos e.a. vonden dat de handelingsverlegenheid bij de verzorgenden en verpleegkundigen is gebaseerd op meerdere factoren, maar de meest in het oog springende is toch wel deze waarin de verpleegkundige bang is om de vertrouwensrelatie te schaden. Door het intensieve contact op een GRZ bouw je snel een band op met je patiënten. Waar de verpleegkundige vroeger genoeg had aan een washandje en aandacht om goede zorg te verlenen, doet die dat nu minder en heeft dus minder snel een vertrouwensband.. Bovendien hebben we tegenwoordig te maken met een klachten- en soms zelf Amerikaans-achtige claimcultuur, die het vertrouwen in de weg kan gaan staan. Dat bedenkende, kan ik me heel goed vinden in de analyse van Vos e.a. aangaande handelingsverlegenheid onder verpleegkundigen en verzorgenden. Laten we elkaar als team in ieder geval vertrouwen en ons samen sterk maken om te zorgen voor de best passende zorg voor deze groep kwetsbare ouderen. Daarbij helpen de aanbevelingen van de auteurs zeker, en bieden iedere dag leermogelijkheden. Maar laten we als zorgprofessional dan ook doen wat ons hart ingeeft. Juist die goede zorg leveren, zonder bang te zijn voor repercussies.

René Beaumont
specialist ouderengeneeskunde in opleiding

0 Shares