Aan of met alzheimer overlijden: het maakt verschil in zorggebruik

Mensen die overlijden aan alzheimer maken in de laatste zes maanden van hun leven minder gebruik van middelen van intensieve zorg als IC, reanimatie en invasieve beademing dan mensen die met alzheimer overlijden. Dat concluderen Belgische wetenschappers na onderzoek van alle sterfgevallen in hun land in 2012.

In het laatste geval – mensen die met alzheimer overlijden – gaat het om patiënten die wel gediagnosticeerd werden met de ziekte van Alzheimer, maar bij wie die ziekte niet formeel werd aangemerkt als doodsoorzaak.

Patiënten die aan de gevolgen van alzheimer overleden, maakten minder gebruik van ziekenhuiszorg, werden minder vaak verwezen naar een palliatieve afdeling, maar maakten wel wat meer gebruik van palliatieve thuiszorg. Gebruik van fysiotherapie, niet-invasieve beademing, scans, sedatieven, zuurstof en opioïden was vergelijkbaar met dat van degenen die met alzheimer overleden.

Een en ander suggereert volgens de onderzoekers het effect van herkenning van het naderende levenseinde. Over ’t algemeen maakten mensen met alzheimer maar zelden gebruik van palliatieve zorgverlening. Volgens de onderzoekers is daarom een grotere inspanning nodig om alzheimerpatiënten aan te moedigen tijdig gebruik te maken van palliatieve zorg.

K. Faes e.a., Resource Use During the Last 6 Months of Life of Individuals Dying with and of Alzheimers’s Disease, doi: 10.1111/jgs,15287.

Relevant? Zonder donaties kan dit bulletin niet bestaan. Maak € 25 over op rek. IBAN NL 35 INGB 0678 0553 86 t.n.v. Stichting NAPC, Groesbeek. Dank!