Maandelijks archief: januari 2018

Film: praten over
laatste levensfase

Als wat je wil en kan minder vanzelfsprekend wordt. Op een dag realiseer je je: ‘Ik wil niet meer ten koste van alles mijn leven doorleven, waar liggen mijn prioriteiten? Wat wil ik nog wel? Wat niet (meer)?’ Hoe ga je hierover als patiënt en huisarts met elkaar in gesprek?

Amsterdamse patiënten en huisartsen maakten een film met als doel het gesprek tussen patiënt en huisarts hierover makkelijker te maken. Zodat dit onderwerp echt een item wordt in de patiënt-artsrelatie. De film, ‘De dappere patiënt’, is geproduceerd door 1ste Lijn Amsterdam & Huisartsenkring Amsterdam. Voor meer informatie: https://www.1stelijnamsterdam.nl/inde…

Deel HOLOS
Facebooktwittermail

Gelezen

Aspecten van levenseinde

‘De Dood’ is een boek waarin journaliste Elke Veldkamp door middel van interviews diverse aspecten van het doodgaan en doodzijn beschrijft. Vijftien deskundigen op onder andere filosofisch, antropologisch, palliatief, historisch terrein komen aan bod. Ook de rouwtherapeut, de psychiater, forensisch arts en moleculair epidemioloog passeren.

Het is een veelheid aan invalshoeken met het oog op doodgaan. Soms verrassend, soms roept het om kritiek.

Een greep uit de hoofdstukken:

De hoogleraar moleculaire epidemiologie doet onderzoek naar de levensduur, de psychiater wijdt uit over de drang tot suïcide, de hoogleraar palliatieve zorg neemt je mee naar het hospice.

Het boek leest goed en dwingt je nog eens na te denken over zaken als waarom doen we zo weinig obducties in Nederland, of bestaan bijna dood ervaringen nou wel. Waarom laten mensen zich begraven op een natuurterrein. De funeraire cultuur van vier eeuwen is uiterst boeiend. Tenslotte, waarom leggen we de stervende mens op zijn rug, terwijl sterven op je favoriete zijde het comfortabelst is?

JF

Uitg. Wereldbibliotheek, Amsterdam 2017, 208 pag. Prijs: € 19,99


Ken jezelf

Psychotherapeut Martin van Kalmthout heeft een sterke existentieel geïnspireerde achtergrond. In ‘Oog in oog met jezelf’ snijdt hij thema’s aan als eenzaamheid en zinloosheid.

In deel 1 van het boek wordt de lezer gestimuleerd na te denken over de eigen psyche. Hoe het eigen leven vorm te geven, komt in deel 2 aan bod. In een bondige stijl worden thema’s als verbondenheid, echtheid, liefde, vrijheid en zin besproken. De auteur kiest daarbij voor de ‘je-vorm’, waardoor de lezer sneller wordt aangesproken, daarmee rechtdoend aan de opdracht die psychologie en filosofie ons van oudsher stellen: jezelf kennen. Als het om zingeving gaat, ontbreekt het in het medisch jargon aan woorden en concrete invulling. De voorbeelden van Van Kalmthout werken persoonlijk en beroepsmatig verrijkend voor ons gesprek met cliënt/patiënt. Mogelijk ook geschikt om uit te lenen aan gesprekspartners.

JS
Uitg. Synthese, Waarbeke 2017, 160 pag. Prijs: € 19,95


Euthanasievraag in de participatiesamenleving

Is het een moreel probleem als kiezen voor levensbeëindiging onder 70-plussers een vanzelfsprekendheid zou worden? Vraag van Margo Trappenburg in een indringend artikel in het Tijdschrift voor Gezondheidszorg en Ethiek (TGE). Nu het kabinet de ‘voltooid leven’ problematiek in de ijskast heeft gezet, hebben ‘burgers en filosofen’ vier jaar de tijd om een antwoord te geven.

Moeten ouderen een wettelijk recht krijgen op hulp bij levensbeëindiging, ook als ze in relatief goede gezondheid zijn? Tijdens de verkiezingscampagne van het afgelopen jaar was er veel over te doen. Trappenburg, bijzonder hoogleraar Grondslagen van het Maatschappelijk Werk aan de Universiteit voor Humanistiek, houdt de kwestie tegen het licht van de overgang van verzorgingsstaat naar participatiesamenleving. Een wettelijk aanbod zal een nieuwe vraag scheppen, denkt ze. Naarmate we afscheid nemen van de verzorgingsstaat zal de vraag naar hulp bij zelfdoding op hogere leeftijd groter worden. Ouderen zullen gaan vragen om hulp bij zelfdoding om altruïstische redenen (‘Ik wil mijn kinderen niet tot last zijn’).

BU

TGE, jrg. 27, nr. 4, 2017


Goede raad bij zorg ouderen

‘Het belangrijkst bij het zorgen voor ouderen is dat je om ze geeft en ze actief houdt.’ Openingszin van een aardige site op WikiHow, waar zowel professionals als mantelzorgers die geen probleem met Engels hebben hun voordeel mee kunnen. Goede raad voor zorg op zowel fysiek als mentaal gebied. Een apart blok is gewijd aan het omgaan met verzet. Ten slotte is er een QA-rubriek. De illustraties zijn wel erg jaren vijftig.

BU

wikiHow: How to care for the Elderly

Deel HOLOS
Facebooktwittermail

Palliatieve zorg bij 
hartfalen: deels nog 
onontgonnen terrein

Er is nog weinig duidelijk over de effecten van palliatieve zorg voor patiënten met hartfalen. Dat geldt ook de vraag hoe deze zorg het best in te bedden is in het medisch beleid. Dat concluderen Amerikaanse onderzoekers die de beschikbare literatuur bestudeerden. Om ervoor te zorgen dat palliatieve zorg geïntegreerd wordt in de zorg voor patiënten met hartfalen is een bredere basis van bewijs voor haar heilzame rol nodig. Wereldwijd ontbreekt het daaraan.

Er zijn volgens Colleen K. Mcilvennan en Larry A. Allen diverse redenen waarom het betrekken van palliatieve zorg in de behandeling van hartfalen verre van ideaal is: onzekerheid over het ziekteverloop, het niet vergoeden van communicatie tussen zorgverleners en patiënten, verkokerde zorg, gebrek aan kennis, co-morbiditeit en kwetsbaarheid, levensreddende apparatuur met complexe wisselwerking en de genoemde beperkte grondslag van bewijs voor heilzaamheid.

Het beeld van hartfalen verschuift. Er is groeiende aandacht voor palliatieve en terminale zorg. Maar er is nog een lange weg te gaan voordat een meer samenhangende benadering van de zorg voor patiënten met hartfalen mogelijk is, schrijven de onderzoekers. Ze bepleiten frequenter onderzoek naar patiëntgerichte uitkomstmaten voor symptoombestrijding en levenseindezorg. Daarbij zouden cultureel milieu en individueel gedrag die besluiten over de zorg voor patiënten met hartfalen beïnvloeden meer aandacht moeten krijgen.

Beroepsorganisaties en beleidsinstanties moeten doorgaan het belang van palliatieve zorg te benadrukken, schrijven ze. En patiënten, hun naasten en mede-zorgverleners moeten beter geïnformeerd worden over palliatieve zorg. De perceptie van palliatieve zorg moet verbreed worden van puur levenseindezorg naar zorg die focust op de symptoomlast en stress als een manier om kwaliteit van leven gedurende het ziekteverloop te verbeteren. De onderzoekers noemen acceptatie van levenseindeplanning de sleutel tot vooruitgang. Zolang de dood meer wordt gezien als een falen dan als een belangrijk hoofdstuk van het leven, zullen patiënten en hun naasten slecht voorbereid zijn op het moment dat hartfalen niet meer vatbaar is voor therapieën.

C.K. Mcilvennan, Larry A. Allen, Palliative care in patients with heart failure, BMJ 2016;352:i1010; doi: 10.1136/bmj.i1010.

Een herziene multidisciplinaire Richtlijn Palliatieve zorg bij hartfalen van het IKNL is onderweg. De nieuwe richtlijn zal in februari worden gepresenteerd.

Deel HOLOS
Facebooktwittermail

‘Hypothyreoïdie bij ouderen niet altijd behandelenswaardig’

Van de mensen boven de 65 jaar heeft 8 tot 16 procent tekenen van subklinische hypothyreoïdie: bloedonderzoek geeft aan dat het thyroïdstimulerend hormoon (TSH) te hoog is, terwijl de vrije T4 (het deel van het totaal thytoxine in het serum dat niet aan dragereiwitten is verbonden) een normale waarde heeft. Dit is eerder in verband gebracht met verschillende symptomen en chronische ziekten, maar er is geen bewijs dat toediening van levothyroxine zin heeft. Recent onderzoek laat zien dat dit geen effect heeft op symptomen en andere klinisch relevante uitkomsten.

Een internationale groep onderzoekers onderzocht bij 737 patiënten met subklinische hypothyreoïdie of toediening effect had op symptomen van hypothyreoïdie. De gemiddelde leeftijd van de patiënten was 74 jaar.

Het onderzoek maakt duidelijk dat het toedienen van levothyroxine bij ouderen met subklinische hypothyreoïdie niet beter werkt dan placebo om symptomen te verlichten. De huidige NHG-Standaard Schildklieraandoeningen beveelt aan om subklinische hypothyreoïdie in principe niet te behandelen. Alleen bij aanhoudende klachten en een TSH hoger dan 6 mU/l kan de huisarts een proefbehandeling overwegen. Dit onderzoek laat zien dat deze aanbeveling terecht zeer terughoudend is en misschien nog terughoudender kan.

D.J. Scott et al, Thyroid hormone therapy for older adults with subclinical hypothyroidism. N. Engl. J/ Med 2017;376(2):2534-44.

Deel HOLOS
Facebooktwittermail

Pijn niet zeldzaam 
in verpleeghuis

Pijn is alles behalve een zeldzaam symptoom bij gevorderde dementie. Janine van Kooten et al deden onderzoek naar het voorkomen van pijn, type pijn en de farmacologische behandeling in Nederlandse verpleeghuizen en de samenhang met type en stadium van dementie. In totaal waren 199 patiënten in diverse stadia van dementie in de studie betrokken.

De onderzoekers vonden op de MOBID-2 Pijn Schaal een prevalentie van pijn van 43 procent. Ondanks regelmatig toegediende pijnstillers leed bij benadering een derde van de patiënten met pijnklachten matige tot ernstige pijn.

Er werd geen verschil gevonden tussen typen dementie, maar patiënten met verder gevorderde dementie ervoeren vaker pijn dan patiënten bij wie de ziekte minder ver was voortgeschreden. De prevalentie van door de patiënt zelf aangegeven pijn was significant groter bij vasculaire dementie, in vergelijking met Alzheimer en andere typen dementie. Nociceptieve pijn (pijn veroorzaakt door weefselbeschadiging) kwam het meest voor. Doorgaans werd ter verlichting paracetamol voorgeschreven.

J. van Kooten et al, Prevalence of Pain in Nursing Home Residents: The Role of Dementia Stage and Dementia Subtypes. J Am Med Dir Assoc. 2017 Jun 1;18(6):522-527. doi: 10.1016/j.jamda.2016.12.078.

Deel HOLOS
Facebooktwittermail

Proefschrift: tijdig praten over zorg
laatste levensfase

Artsen kunnen zorg in de laatste levensfase meer passend maken door een open oog te hebben voor zowel de uiteenlopende zorgbehoeften van patiënten als de gevolgen van behandeling op lichamelijk en psychosociaal vlak. Aldus promovenda Eva Bolt in haar proefschrift ‘Perspectives on appropriate end-of-life care and hastening death on request’.

Bolt bespreekt in haar dissertatie de uitkomsten van drie studies: een exploratieve studie naar passende zorg in de laatste levensfase onder patiënten, naasten, artsen en verpleegkundigen; een cohortstudie waaraan ouderen met en zonder euthanasieverklaring deelnamen en een vragenlijstonderzoek onder artsen met als onderwerp bespoediging van het levenseinde.

Uit de studies komen drie perspectieven naar voren die een rol spelen bij zorg in de laatste levensfase. Zowel het perspectief van de patiënt en diens naasten als dat van de arts wordt beïnvloed door de manier waarop de samenleving omgaat met ziekte en dood. Het heersende idee is dat ziekte moet worden behandeld zodat je kunt genezen. Als je geen behandeling ondergaat, geef je op. Bovendien wordt in de westerse samenleving veel waarde gehecht aan het behoud van controle en het wegnemen van lijden.

Vaak vervult het naderende levenseinde mensen met zorgen en angsten, zoals angst voor het verliezen van autonomie, angst voor lichamelijk lijden en angst voor de dood. Artsen kunnen voor dilemma’s komen te staan. Die hangen vaak samen met vier medisch-ethische principes: weldoen, niet schaden, autonomie en rechtvaardigheid. Potentieel levensverlengende behandelingen worden aangeboden vanuit het principe van weldoen, maar kunnen patiënten ook schaden. Soms wil de patiënt een zware behandeling ondergaan met geringe kans op levensverlenging, en moet de arts een afweging maken tussen het respecteren van de autonomie van de patiënt en het principe van niet-schaden.

Autonomie speelt een grote rol voor mensen die de dood willen bespoedigen. Veel artsen voelen zich onder druk gezet om een euthanasieverzoek in te willigen. Ongewenst, schrijft Bolt, omdat het de besluitvorming van de arts verstoort en kan leiden tot het overschrijden van persoonlijke grenzen. Soms besluiten patiënten om zelf de dood bespoedigen door te stoppen met eten en drinken. Om dit proces comfortabel te laten verlopen, is betrokkenheid van een arts zeer gewenst.

Van de sterfgevallen in Nederland is nu 5,1 procent geforceerd (4,6 procent euthanasie en 0,5 procent abstineren), terwijl in 37 procent van de gevallen wordt besloten af te zien van mogelijk levensverlengende behandeling. Geschat wordt dat in de westerse wereld bij ongeveer één op de drie patiënten sprake is van overbehandeling.

Bolt benadrukt het belang van shared decision making: tijdig nadenken over gewenste zorg in de laatste levensfase en daarover het gesprek voeren met naasten en arts. Deze voorbereiding kan de zorg in de laatste levensfase passender maken, en daarmee de kwaliteit van leven en sterven verbeteren. Tegelijkertijd, schrijft ze, is het goed te beseffen dat we niet voor alle problemen die ontstaan aan het levenseinde een oplossing kunnen vinden in de geneeskunde. Artsen, patiëntenorganisaties, medische organisaties, beleidsmakers en onderzoekers moeten manieren vinden om mensen te voorzien van realistische informatie en te activeren tot en te ondersteunen bij advance care planning.

E. Bolt, Perspectives on appropriate end-of-life care and hastening death on request, proefschrift VU, Amsterdam, november 2017.

Deel HOLOS
Facebooktwittermail

Effect van chemo op fysiek functioneren 
ouderen onderzocht

Er is nog weinig bekend over de effecten van chemotherapie op het fysiek functioneren van ouderen. Net als co-morbiditeit is fysieke conditie een belangrijke voorspeller van mortaliteit, gebruik van zorgvoorzieningen en indicator van behandel(on)mogelijkheden. In een Amerikaans onderzoek werden kankerpatiënten van 65 jaar en ouder gedurende twee cycli van chemotherapie zes keer gevraagd naar lichamelijke conditie, psychisch functioneren en kwaliteit van leven.

Allen hadden al gedurende vier weken chemotherapie gehad en zouden nog minstens twee cycli van chemotherapie krijgen. Hun fysieke functioneren werd bepaald aan de hand van de Karnofsky performance status (KPS), de self-administered comorbidity summary (SCQ) en de psysical component summary (PCS). De mental component summary (MSC) was een maat voor het psychisch functioneren. Daarnaast werd de Quality of Life scale patient version (QOL-PV) afgenomen om zicht te krijgen op de kwaliteit van leven in de vier domeinen van welzijn (lichamelijk, psychologisch, sociaal en spiritueel). Tevoren werden de patiënten verdeeld in drie subgroepen van fysiek functioneren (ruim onder de norm voor de leeftijd, onder de norm en boven de norm) en probeerde men inzicht te krijgen in demografische en andere factoren die medebepalend zouden kunnen zijn voor het lichamelijk functioneren.

Bijna 36% had een PSC score hoger dan de norm bij aanvang, bijna 44% onder de norm en 20.4% ruim onder de norm en deze scores veranderden eigenlijk niet gedurende de chemokuren.
Als er sprake was van meer co-morbiditeit, was de KPS ook lager. Minder goed functioneren had ook een relatie met lage inkomens, aanwezigheid van hart- en vaatziekten en minder lichaamsbeweging op regelmatige basis. Ook lage rugpijn, lager Hb en depressie werden vaker gerapporteerd in deze groep. Leeftijd, geslacht en type kanker maakten geen verschil.

Dat scores voor fysiek functioneren stabiel bleven gedurende de chemobehandelingen kan ermee te maken hebben dat gemiddelden telden. Er was geen verband tussen type kanker en behandeling en de verschillende subgroepen qua functioneren. Niet bekend is of doseringen van therapie naar aanleiding van verminderd functioneren zijn aangepast. Ook onbekend is of aan de behandelende oncoloog voldoende goed gerapporteerd is over verminderd functioneren.

In een volgende studie zouden individuen in de tijd gevolgd moeten worden tijdens hun behandelingen. Tevens blijkt anemie bij alle ouderen in alle drie de subgroepen voor te komen met als gevolg een verhoogd risico op vallen, frailty, depressieve kenmerken, ziekenhuisopnames en verhoogde mortaliteit. Financiële status en sociale factoren beïnvloeden het functioneren ook en verdienen, net als de anemie, aandacht van de behandelende artsen. Lichamelijke activiteit (of de afwezigheid ervan) voor de behandeling is ook een voorspellende factor voor het fysieke functioneren na chemotherapie. Verminderd functioneren is direct geassocieerd met verminderde kwaliteit van leven. Tevens werd duidelijk dat co-morbiditeit een negatief effect heeft op het fysiek functioneren van de oudere patiënt en dit was groter naarmate de betreffende aandoening ernstiger was. Hiervoor zou aandacht moeten zijn voordat tot chemotherapie wordt overgegaan.

C. Miaskowski et al, Distinct physical function profiles in older adults receiving cancer chemotherapy. Journal of Pain and Symptom Management, Vol. 54, Issue 3, p 263–272. doi: http://dx.doi.org/10.1016/j.jpainsymman.2017.07.018.

Deel HOLOS
Facebooktwittermail

Agenda

Bijeenkomsten en activiteiten in het eerste kwartaal van 2018

24 januari
Cursus ACTA-DE ‘Het verhaal van de moraal – over narratieve ethiek in de zorg’
Elke zorgverlener komt in haar of zijn werk voor dilemma’s te staan: praktische, technische, juridische of samenwerkingsvragen. Sommige dilemma’s zijn ethisch van karakter.

25 januari
Symposium HU en openbare les Katarina Jerkovic-Cosic
Ter gelegenheid van de benoeming van Katarina Jerkovic-Cosic tot lector Innovaties in de Preventieve Zorg bij het Kenniscentrum Gezond en Duurzaam Leven aan Hogeschool Utrecht kunt u aanwezig zijn bij haar openbare les.

26 januari
Congres Samen Beslissen met kwetsbare mensen
Wat is er nodig om samen met kwetsbare ouderen beslissingen te nemen over complexe vraagstukken?

1 februari
Cursus ACTA-DE ‘Mondzorg voor de geriatrische patiënt’
De cursus wordt verzorgd door ACTA-DE te Amsterdam.

2 februari
Werkconferentie ‘101 Vragen over de Wet Zorg en Dwang’
Ga aan de slag met alle vragen en ideeën over de Wet Zorg en Dwang.

8 februari
Workshop ‘De binnenkant van eenzaamheid’
Kom op 8 februari naar de workshop ‘De binnenkant van eenzaamheid’. Een workshop voor professionals, vrijwilligers en naasten die eenzaamheid tegenkomen.

8 en 9 februari
Geriatriedagen 2018. Congrescentrum ’s Hertogenbosch.
Voor programma en inschrijving: geriatriedagen.nl.

13 februari
Bijeenkomst ‘Verminder onnodige registraties’
Bijeenkomst: Minder onnodige registraties in de ouderenzorg. Ga zelf met je zorgteam aan de slag.

14 februari – 21 maart
Time- en stressmanagement, locatie Utrecht
training voor basisartsen, aios en medisch specialisten
Voor informatie: Time- en stressmanagement.

15 maart
Congres Kwaliteit en Bekostiging Langdurige Zorg
Meer weten over actuele onderwerpen en innovatieve voorbeelden rondom de 24 uurs zorg? Meld je aan.

22 maart
Conferentie ‘Dementiezorg in de praktijk’
Kom op 22 maart naar de conferentie en ga aan de slag met vraagstukken uit de praktijk.

Deel HOLOS
Facebooktwittermail

Kwaliteitskader palliatieve zorg

Vanaf 2020 moet iedereen verzekerd zijn van goede palliatieve zorg op de juiste plaats, op het juiste moment en door de juiste zorgverleners. Om voor patiënten, naasten en zorgprofessionals te verhelderen wat dit betekent, hebben IKNL en Palliactief een kwaliteitskader met passende financiering ontwikkeld. U vindt het hier.

Het moet bijdragen aan een landelijk eenduidig beleid. Wensen en zorgvragen van patiënt en naasten op fysiek, psychisch, sociaal en spiritueel gebied vormen het uitgangspunt voor de geboden zorg. De Knelpuntenanalyse palliatieve zorg in de eerstelijn en het rapport Palliatieve zorg in Nederlandse ziekenhuizen hebben duidelijk gemaakt welke obstakels er op dit moment zijn en wat de wensen zijn voor de kwaliteit van palliatieve zorg in de toekomst. Patiënten, zorgverleners en zorgverzekeraars hebben met dit kwaliteitskader gezamenlijk overeenstemming bereikt over wat kwalitatief goede palliatieve zorg is.

Ook is de financiering in kaart gebracht. Mogelijkheden en onmogelijkheden zijn zowel voor de eerste- als de tweedelijn geïnventariseerd. Dit heeft geresulteerd in de Handreiking financiering palliatieve zorg 2018. Hierin worden de huidige knelpunten beschreven en staan alle mogelijkheden voor financiering van palliatieve zorg in 2018 op een rij.

Bij de ontwikkeling van het kwaliteitskader bleek dat de aan palliatieve zorg gerelateerde begrippen vaak verschillend geïnterpreteerd worden. Om te zorgen voor eenheid van taal is een begrippenkader opgenomen. Bovendien is het kwaliteitskader voorzien van een overzicht van (gevalideerde) meetinstrumenten en komt er komend voorjaar een patiëntenversie van het kwaliteitskader.

Samen met de betrokken organisaties van patiëntenvertegenwoordiging, zorgverleners en zorgverzekeraars zal een plan worden ontwikkeld voor implementatie. Hiervoor zal onder meer een coördinatieplatform worden opgericht waarin deze organisaties zijn vertegenwoordigd.

Het Kwaliteitskader palliatieve zorg Nederland – inclusief begrippenkader – wordt op www.pallialine.nl gepubliceerd, waarbij verwezen wordt naar relevante richtlijnen en meetinstrumenten voor de palliatieve zorg.


Commentaar

Dit kwaliteitskader, geautoriseerd door de Patiëntenfederatie Nederland, Verenso, VGVZ, V&VN, FMS, NVPO, NHG en Zorgverzekeraars Nederland definieert wat de kwaliteitseisen van de palliatieve zorg in Nederland moeten zijn. Verdeeld over tien domeinen wordt steeds een standaard voor goede zorg genoemd, met de daarbij behorende criteria.

Uit de kernwaarden en principes (domein 1) blijkt duidelijk dat het hele kwaliteitskader gebouwd is rondom gepersonaliseerde zorg, waarbij de patiënt zich veilig, gezien en gehoord voelt, afgestemd op de eigen normen, waarden, wensen en behoeften rondom leven en sterven.

In de uitwerking hiervan is veel aandacht besteed aan structuur en proces (domein 2). Vroegtijdige her- en erkenning van palliatieve zorgbehoeften wordt terecht genoemd als eerste aandachtspunt; te vaak vindt markering nog te laat plaats. Als gespreksmethodiek voor palliatieve zorgverlening wordt gezamenlijke besluitvorming genoemd, die gebruikt kan worden om proactieve zorgplanning te starten: een continu en dynamisch proces waarin de levensdoelen en keuzes van de patiënt centraal staan. De gemaakte keuzes en acties dienen vervolgens steeds vastgelegd te worden in een individueel zorgplan. Hierbij wordt aangeraden om interdisciplinair te werken, omdat zo de multidimensionele benadering het beste tot zijn recht komt. Ook moet steeds aandacht uitgaan naar de mantelzorger. Om een en ander goed te laten verlopen dient voor iedereen duidelijk te zijn wie de hoofdbehandelaar is en wie de centrale zorgverlener, en moet 24/7 bereikbaarheid gegarandeerd te zijn. Een netwerk palliatieve zorg kan een belangrijke rol spelen in het effectief en efficiënt samenwerken van alle betrokkenen.

Om dit alles te bewerkstelligen dienen betrokken zorgverleners gekwalificeerd te zijn en blijven.

Als kwaliteitscriteria voor de diverse domeinen van palliatieve zorg (fysiek, sociaal, psychologisch en spiritueel) wordt naar de desbetreffende richtlijnen verwezen; er wordt uitgebreid ingegaan op sociaal welzijn. Aparte aandacht wordt vervolgens besteed aan het markeren van de stervensfase en de zorg in deze fase, alsmede aan het geven van passende aandacht voor verlies en rouw van de naasten. Ten slotte wordt aandacht besteed aan ethische en juridische aspecten, en bevat het kwaliteitskader een heldere begrippenlijst.

Een breed gedragen, zorgvuldig opgesteld kwaliteitskader dat een boost kan geven aan de kwaliteit van palliatieve zorg in Nederland op voorwaarde dat dit in de eerste jaren vooral gebruikt wordt voor interne kwaliteits-verbetertrajecten! Als dit kwaliteitskader, dat zijn effect op de zorg nog moet bewijzen, meteen gebruikt gaat worden om externe controle mogelijk te maken, inclusief het reguleren van de zorginkoop bij de palliatieve zorg, dan zal dit consensusdocument geen lang leven beschoren zijn. Laten we hopen dat er voldoende ruimte en aandacht zal zijn om dit kwaliteitskader de komende jaren te implementeren en evalueren. Wellicht zullen er volgende versies nodig zijn op basis van input vanuit het veld over de werkzaamheid.

Yvonne Engels

 

Deel HOLOS
Facebooktwittermail