Continue zorg voorkomt ziekenhuisopnames

Over de hele wereld hebben zorgstelsels te maken met een toename van het aantal onvoorziene ziekenhuisopnames. Ze zijn vaak niet in het belang van de patiënt en drijven de zorgkosten op. Dus is het terugdringen ervan een prioriteit. Daarbij ligt de focus al langer op het verbeteren van de toegankelijkheid van de eerstelijnszorg (denk aan huisartsenposten). Van minder opnames is echter nauwelijks sprake en onderzoek suggereert onbedoelde neveneffecten als het gaat om de continuïteit van de zorg.

Hoewel tijdige toegang natuurlijk belangrijk is, blijkt continuïteit van de zorg voor patiënten, zeker chronische patiënten, van grote waarde. Daarbij spelen verschillende zaken een rol, zoals consistentie van de zorg door een zorgverlener door de tijd heen, de kwaliteit van de interpersoonlijke relaties tussen zorgprofessionals en patiënten en de beschikbaarheid van informatie over de patiënt.

Huisartsen beschouwen continuïteit van zorg vaak als een kernwaarde van hun vak, terwijl veel patiënten een eigen dokter die hun zorg coördineert en integreert op prijs stellen. Er zijn echter aanwijzingen dat minder continue zorg wordt geboden. Artsen maken zich zorgen over hun vermogen gecoördineerde zorg te leveren voor het groeiende aantal oudere chronische patiënten.

Het tackelen van de problemen vraagt inzet en middelen, terwijl er ook andere verbeterpunten in de zorg zijn. Prioritering is lastig, omdat het verband tussen continuïteit van zorg en onvoorziene ziekenhuisopnames maar weinig onderzocht is. Er bestaat zelfs niet één studie naar het relatieve voordeel van continuïteit van zorg voor diverse patiëntengroepen.

Gebrek aan robuust bewijs zette Brits onderzoekers ertoe aan te achterhalen of continuïteit van zorg in de huisartsenpraktijk in verband is te brengen met ziekenhuisopnames van ouderen wegens klachten die zich voor ambulante zorg lenen. Hun onderzoek omvatte de data van 200 huisartsen en zo’n 230.000 patiënten in de leeftijd van 62 tot 82 jaar die in een periode van bijna twee jaar (april 2011 – maart 2013) minstens tweemaal contact hadden met een huisarts.

Continuïteit van zorg werd zoals gebruikelijk gedefinieerd als het aandeel van de contacten in de gegeven periode met de vaakst geziene, eigen arts. Opmerkelijk is dat, volgens deze index, de continuïteit van de zorg geringer was in grotere praktijken. Hoewel het idee is dat die in een aantal opzichten meer kwaliteit kunnen leveren, is de patiënttevredenheid er over een aantal aspecten van de zorg minder. Daaronder continuïteit.

De onderzoekers vonden wat ze vermoedden. Continuïteit van zorg leidt tot minder ziekenhuisopname voor kwalen die ambulante zorg rechtvaardigen. Het significantst was het verband bij ‘grootgebruikers’ van eerstelijnszorg. Zij werden ook vaker in het ziekenhuis opgenomen voor kwalen die in de eerste lijn goed behandeld zouden kunnen worden.

De onderzoekers concluderen dat strategieën om de continuïteit van de zorg in de huisartsenpraktijk te verbeteren de zorgkosten kunnen beteugelen.

Isaac Barker et al, Association between continuity of care in general practice and hospital admissions for ambulatory care sensitive conditions: cross sectional study of routinely collected, person level data. BMJ 2017; 356: j84/DOI: 101136/bmj.j84

Deel HOLOS
Facebooktwittermail