Maandelijks archief: november 2016

Valpreventie verdient meer aandacht

valpreventie-ouderenRuim drieduizend ouderen overleden vorig jaar na een val, zo heeft het CPB op verzoek van dagblad Trouw berekend. Dat is een stijging van 35 procent ten opzichte van 2010. Vallen is de meest voorkomende oorzaak van ongevalletsel bij ouderen. Het experticecentrum VeiligheidNL verwacht dat het aantal fatale valpartijen tot 2030 nog eens met 77 procent zal toenemen. Vergrijzing en een gemiddeld langere levensfase van verval van krachten alleen kunnen die stijging niet verklaren. Een belangrijke factor is dat ouderen als gevolg van beleidsveranderingen langer thuis wonen. Ook leidt een cultuur waarin jong en actief blijven enorm wordt gewaardeerd tot zelfoverschatting.

Valpreventie verdient meer aandacht en zou een urgente opgave in de eerstelijns zorg moeten worden. Er is overtuigend wetenschappelijk bewijs dat het valrisico bij ouderen verminderd kan worden. Maar het uitvoeren van effectieve valpreventie is ingewikkeld. Veel factoren spelen een rol. VeiligheidNL heeft in kaart gebracht wat interventies succesvol maakt.

(De tekst gaat verder onder de afbeelding.)
valpreventie_wat_werktScreening op de aanwezigheid van risicofactoren maakt advies op maat mogelijk. Bij thuiswonende ouderen zijn de belangrijkste aanwijzingen voor valrisico: valgeschiedenis, valangst en loophulpmiddelengebruik. Zijn die aanwijzingen er dan moet een uitgebreide, systematische screening volgen op persoons- en omgevingsfactoren die het valrisico verhogen.

Van belang is fasering: mensen moeten zich eerst bewust zijn van het belang van valpreventie, vervolgens gemotiveerd zijn en tenslotte de relevante maatregelen (blijven) nemen.

Bedacht moet worden dat bij vallen van oudere mensen vaak meer factoren een rol spelen. De meeste maatregelen om het risico van een val te beperken blijken alleen effectief als ze in combinatie met andere maatregelen worden getroffen.

Interventies waarvan is aangetoond dat ze apart, maar meestal in combinatie met andere interventies, de kans op een val verkleinen zijn:

  • beweegprogramma’s (gericht op mobiliteit, spierkracht, balans)
  • medicatiebewaking
  • vitamine D suppletie
  • verbeteren gezichtsvermogen
  • aanpassingen in huis/omgeving

Om risicofactoren in huis te bepalen heeft de Osteoporose Stichting een    checklist gemaakt. Die is te vinden op de site van de stichting (osteoporosestichting.nl). Klikken op ‘veiligheid en valpreventie’.

Maar hoe doe je dat in een drukke praktijk?

Maar hoe doe je dat in een drukke huisartsenpraktijk: ouderen met een verhoogd valrisico opsporen? Daar is toch geen tijd voor? Wel volgens het programma ‘Valanalyse 65+’. Aan de hand daarvan kunnen praktijkondersteuners van huisartsen binnen een minuut vaststellen of een patiënt een verhoogd valrisico heeft. Pas als daarvan sprake is wordt met de patiënt een uitgebreide ‘valanalyse’ gemaakt. Zo’n analyse duurt maximaal een uur. Factoren die ten grondslag liggen aan het verhoogde risico worden vastgesteld. De analyse geeft ook aanknopingspunten voor adviezen en doorverwijsmogelijkheden. Het scoreformulier waarop de uitkomsten worden geregistreerd kan worden opgenomen in het patiëntendossier. Waar de zorgverlener dat van belang vindt, worden aspecten nader onderzocht met aanvullende tests. Ook deze uitkomsten worden ingevuld op het scoreformulier.

De complete ‘Valanalyse’ bevat:

  1. boekje Valanalyse met daarin o.a.
  • de valrisicotest
  • de valanalyse
  • handleiding
  • scoreformulier
  • doorverwijs uitklapvel
  1. bureaukaart met daarop de valrisicotest

De paper ‘Wat werkt in valpreventie’ is te downloaden via de site van VeiligheidNL. Daar ook meer informatie over ‘Valanalyse 65+.

Deel HOLOS
Facebooktwittermail

Duizelig? Draai er niet omheen

Eén op de tien ouderen bezoekt jaarlijks de huisarts met duizeligheidsklachten. Als patiënten er in de spreekkamer over beginnen is dat vaak een beetje schouderophalend, zo blijkt uit een kwalitatief onderzoek onder oudere patiënten met duizeligheidsklachten. Ze zien het niet als zo’n groot probleem; de ouderdom brengt immers wel erger kwalen met zich mee.

Omdat ze er niet zo zwaar aan tillen denkt de huisarts dat de klachten niet zo ernstig zijn. Ook kan tijdens het consult door zijn hoofd spelen dat er vaak weinig aan te doen is.

Aan de RODEO-studie (Reduction Of Dizziness in older pEOple) namen dertien 65-plussers deel die in de voorbije drie maanden hun huisarts hadden bezocht in verband met duizeligheid. Allemaal voelden ze zich beperkt in beweging en bij het bezig zijn met huishoudelijke taken of hobby. Vrees om te vallen maakte hen onzeker.

Dat zijn ernstige klachten en duizeligheid verdient daarom serieuze aandacht, zeggen de onderzoekers. Gelet op de frequentie waarin functionele beperkingen worden gemeld en het bijbehorende valrisico, bevelen ze aan om behandeling vooral op het verbeteren hiervan te concentreren.

H. Stam et al, Dizziness in older people: at risk of shared therapeutic nihilism between patient and physician. A qualitative study. BMC Family

Deel HOLOS
Facebooktwittermail

Zorg voor bijzondere patiënten

LEESTIP

zorg_laaggeletterdBeschouw laaggeletterden en migranten boven de 55 jaar als ‘oudere’ en neem hen op in uw programma voor herkenning en begeleiding van kwetsbare ouderen. Dat is één van de vele aanbevelingen in het boek ‘Zorg voor laaggeletterden, migranten en sociaal kwetsbaren in de huisartsenpraktijk’.
De behoefte onder huisartsen en praktijkondersteuners aan kennis en materialen die hun zorg voor deze groepen kunnen verbeteren is groot, zo is regelmatig gebleken. Ze worden met dit dikke boek, initiatief van NHG en expertisecentrum gezondheidsverschillen Pharos, op hun wenken bediend.

Waar vind ik voorlichtingsmateriaal voor mensen die niet goed kunnen lezen en schrijven? Welke gevolgen heeft armoede voor de gezondheid? Welke gezondheidsproblemen hebben vluchtelingen en hoe kan ik goed met hen communiceren? Het zijn vragen waarop het antwoord in richtlijnen en handboeken vaak moeilijk of helemaal niet te vinden is. Wel in dit boek, dat wetenschappelijk onderbouwde kennis presenteert, maar daarnaast ook voorbeelden uit de praktijk, informatie over voorlichtingsmaterialen en adviezen voor consultvoering en praktijkorganisatie geeft.

Persoonsgerichte zorg, typisch voor de huisartsengeneeskunde, houdt rekening met de kenmerken van de patiënt en diens omgeving. Het gaat in dit boek over mensen die vaak een slechtere gezondheid hebben dan de gemiddelde burger in ons land. Ouderen vormen een belangrijke groep.

  • Minstens éen op de vijf ouderen in Nederland is laaggeletterd. Zij hebben vaak beperkte gezondheidsvaardigheden, een als slechter ervaren fysieke en psychische gezondheid en een grotere kans om eerder te sterven.
  • Migrantenouderen voelen zich veel minder gezond dan in Nederland geboren leeftijdgenoten en hebben vaker chronische (ouderdoms)ziekten, beperkingen, gebrek aan beweging en overgewicht.
  • Onder laagopgeleide migrantenouderen komt veel armoede voor.
    Het bestaande zorg- en welzijnsaanbod sluit niet goed aan bij de behoeften van oudere migranten.
  • De helft van de ouderen in de vier grote steden voelt zich eenzaam; het vaakst komt dit voor onder ouderen met een Turkse, Marokkaanse of Surinaamse achtergrond.
  • Veel oudere migranten vinden mantelzorg, met name door de eigen kinderen, vanzelfsprekend. Deze kinderen op hun beurt ervaren het vaak wel als een zware belasting.
  • Door een proactieve rol te spelen kan een huisarts lichamelijke en psychische problemen en eenzaamheid bij ouderen in een vroeg stadium opsporen, bijvoorbeeld door preventief huisbezoek.

Maria van den Muijsenbergh en Eldine Oosterberg (red.), Zorg voor laaggeletterden, migranten en sociaal kwetsbaren in de huisartsenpraktijk. Nederlands Huisartsen Genootschap, 2016.

Deel HOLOS
Facebooktwittermail