Terminale patiënt krijgt te veel medicijnen

ronald-van-nordennen
Ronald van Nordennen

Nog steeds worden in faciliteiten voor palliatief terminale zorg in ons land medicijnen voorgeschreven die stervende mensen niet dienen. Dat concluderen onderzoekers in JAMDA. Ze onderzochten het medicijngebruik van155 terminale patiënten in zes hospices en een palliatieve unit van een verpleeghuis.

Niet geëigend medicijngebruik is een belangrijk thema in de palliatieve zorg en in ’t bijzonder de terminale zorg.

Patiënten met een levensbedreigende ziekte als kanker of hart- of longfalen hebben in hun laatste levensfase vaak bijkomende aandoeningen waarvoor ze ook medicijnen krijgen. De in het onderzoek betrokken patiënten kregen in de periode tussen opname en overlijden weliswaar meer symptoomgerichte medicijnen en minder medicijnen voor nevenaandoeningen voorgeschreven, toch overleden patiënten terwijl ze nog andere medicatie gebruikten dan voor symptoombestrijding.

Om onnodig medicijngebruik in de laatste levensfase te voorkomen moet telkens weer worden overwogen of een voorgeschreven medicijn nog het therapeutische doel dient de kwaliteit van leven van de patiënt te bevorderen of te handhaven, schrijven de onderzoekers. Artsen moeten niet wachten tot hun patiënt niet langer in staat is een medicijn te slikken. In plaats daarvan moeten ze proactief evalueren of het beoogde behandeldoel er nog mee wordt gediend, en in ’t bijzonder of voordelen nog opwegen tegen bijwerkingen en de last van het slikken. ‘Minder kan meer zijn.’

Richtlijnen voor het gebruik van medicijnen zouden niet alleen moeten aangeven wanneer ermee begonnen moet worden, maar ook wanneer en hoe ermee te stoppen. Artsen zijn prima opgeleid als het gaat om het starten van medicatie, maar zouden beter opgeleid moeten worden als het gaat om het tijdig beëindigen ervan, zeker als de dood niet ver weg meer is.

R.T.C.M. van Nordennen et al, Changes in Prescribed Drugs Between Admission and the End of Life in Patients Admitted to Palliative Care Facilities, JAMDA 2016;17; 514-518.

Deel HOLOS
Facebooktwittermail