Huisarts zeilt op ‘praktische wijsheid’

guus-timmerman
Guus Timmerman

Het doen en laten van een huisarts aan ziek- en sterfbed van eigen patiënten is niet simpel te herleiden tot een rationele keuze. Een goede dokter verricht geen losse, contextloze handelingen, maar oefent een complex vak uit, waar improvisatietalent, creativiteit en inbeeldingsvermogen bij komen kijken. Dat erkennen en benoemen kan onterechte oordelen voorkomen.

andries-baart
Andries Baart

Conclusies uit het onderzoeksrapport ‘Ongeregeld goed’. Uit onvrede over de manier waarop in de zaak-Tuitjenhorn vooral naar formele posities, verantwoordelijkheden, richtlijnen en protocollen is gekeken, besloten de wetenschappers Guus Timmerman en Andries Baart het handelen van huisartsen in een zestal casussen onder de loep te nemen. Wat ze zagen is iets anders dan het beeld dat in wetenschappelijke literatuur en wetgeving vaak opduikt.

Ze zagen artsen die natuurlijk hun medische competenties inzetten, maar ook competenties die te maken hebben met de zorgrelatie. Zo schrijven ze over een huisarts die zijn ‘niet-pluis’ gevoel aanspreekt als klachten van een patiënte ‘geruststellende’ foto’s lijken te weerspreken en, vooral, over zijn benadering van haar als een relationeel wezen. Hij ziet niet alleen zijn patiënte maar ook haar man en kinderen. Tastend, inderdaad: zijn gut feeling volgend, zoekt hij de beste weg. Hoewel hij de echtgenoot aanraadt te accepteren dat zijn vrouw niet over de dood wil praten, nodigt hij beiden toch uit voor precies dat gesprek. En hoewel hij over ’t algemeen vindt dat hij over euthanasie moet beginnen als de patiënt dat niet doet, wacht hij bij deze patiënte tot zij er zelf over begint.

De onderzoekers spreken over ‘moral imagination’. De arts in kwestie weegt voortdurend opties tegen elkaar af, gaat kortom heel beredeneerd te werk, maar ook koopt hij op zeker moment een bloemetje voor haar. Uitkomst van een rationeel keuzeproces is dat niet.

Nog een term die de onderzoekers lanceren in hun zoektocht naar een begrippenkader dat de kern van het artsenvak beter weergeeft: ‘metaforische positie’. De arts neemt de positie in van een informele naaste: vader, broer, zus, een vriend(in). Het schept ruimte voor goede zorg.

‘Ongeregeld goed’ gaat over de betrekkelijke waarde van richtlijnen en protocollen. In de praktijk laten huisartsen tegenover terminale patiënten ‘een soort hogere improviseerkunst’ zien. Voor goede zorg is ‘de kunst van de regelovertreding’ nodig. Uiteindelijk gaat het om ‘praktische wijsheid’.

G. Timmerman, A. Baart, Ongeregeld goed. De huisarts aan het ziek- en sterfbed van de eigen patiënt. Stichting Presentie, Utrecht, 2016.

Deel HOLOS
Facebooktwittermail